Posts tonen met het label voorlezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorlezen. Alle posts tonen

20.12.07

Peuterhaas

Klein Ventje is in de ban van Kareltje. Kareltje is een haasje met verdacht veel peutertrekjes én hoofdpersonage van vier kartonboekjes van Rotraut Susanne Berner. Jaren geleden begon Groot Ventje te wiebelen als Kareltje uit de kast kwam, nu komt Klein Ventje elke dag met blinkende oogjes en een van de kleurrijke boekjes in zijn handen aangelopen. Voorleestijd!
In Goedemorgen, Kareltje! komt Kareltjes mama zoonlief wekken, die verstopt zit onder de deken. Mama trekt aan de deken en een voor een komen zijn knuffeldieren tevoorschijn. In Welterusten Kareltje brengt papa Kareltje naar bed, met een bedtijdritueel dat als een trein - de 'pantoffeltrein' - de stations Etelen, Wasselen en Slapelen aandoet. Kareltje gaat bodschappen doen vertelt hoe Kareltje en papa met zijn beidjes naar de winkel gaan. 'Hebben jullie alles?' vraagt mama nog. 'Ja hoor' - maar altijd zijn ze nog wat vergeten, de fietshelmen, het boodschappenlijstje, de boodschappentas en... de portemonnee. Maar dat ontdekken ze pas bij de kassa, natuurlijk. Klein Ventjes favoriet is Kareltje, waar ben je?, een leuk verstoppertjesverhaaltje. Keer op keer schudt hij lachend het hoofd bij al de plekken waar Kareltje níét verstopt is, keer op keer stralen zijn ogen en roept hij enthousiast 'Daar! Daar!' als de kleerkast in zicht komt, want daar zit Kareltje verstopt in opa's winterjas.
De verhaaltjes zijn eenvoudig en erg herkenbaar. Het grote plezier zit 'm vooral in de heerlijke tekeningen van Rotraut Susanne Berner. Kleurrijk, vrolijk, een beetje naïef en vooral vol originele details. Steeds weer valt er vanalles te ontdekken, de snoepgrage vogel die even verzot is op wormen als op kersen, de tweeling in de winkel die twee worteltjes komt kopen, de schilderijtjes in het huis van Kareltje, knipoogjes naar bestaande schilderijen, de kip die haar kuiken ook in bed probeert te krijgen... Klein Ventje krijgt er maar niet genoeg van! En zelf geniet ik keer op keer ook weer. Ik vind Kareltje nog veel leuker dan pakweg Muis, maar bij gebrek aan een grote marketingmachine achter dit heerlijke figuurtje zal hij nooit zo bekend worden...

19.11.07

Altijd wonderlijk

Enkele maanden geleden vroeg een van de straffe madammen van Boekieboekie me, voor het door hen gekaapte nummer van Leesgoed, naar mijn favoriete voorleesboek. Geen gemakkelijke vraag. Er zijn zoveel mooie boeken, zoveel gekoesterde leesmomenten, zoveel verhalen die ik nog wil delen met mijn Ventjes. Heerlijke prille voorleesherinneringen heb ik aan Zomaar was je geboren en aan Maan, waar ben je?, maar evengoed kijk ik uit naar het moment dat de humoristische en soms gruwelijke boeken van Roald Dahl uit de kast kunnen en de gevoelige verhalen van Astrid Lindgren, het moment dat ik de spanning van De brief van de koning of van De langste weg in mijn stem kan leggen, of dat ik het poëtische en wondermooie De Wissewaswinkel kan voorlezen.
Eén favoriet voorleesboek - als ik onlangs niet een hoop mensen had overvallen met de vraag naar één favoriet Astrid Lindgrenboek, ik zou het een oneerlijke vraag vinden. Maar kom, het moest. Na veel nadenken kwam ik tot de conclusie dat er eigenlijk inderdaad maar één antwoord mogelijk was en ik schreef: 'Misschien wisten zij alles van Toon Tellegen. Of je ze nu voorleest aan je liefste, aan het wonder dat in je buik groeit, aan je kleuter van vier, of ze zelf voorgelezen krijgt op een zwoele zomeravond: deze dierenverhalen blijven verwonderen en bekoren. Soms melancholisch, vaak absurd, schijnbaar vanzelfsprekend maar zo buiten-gewoon, en altijd wonderlijk.'
Sinds gisteravond kan ik daaraan toevoegen dat het ook erg aangenaam is deze dierenverhalen, ditmaal uit Post voor iedereen, voorgelezen te krijgen als je 's avonds ziekjes en rillerig in bed ligt, met het dekbed tot onder je neus en een kersenpitkussentje tegen je buik. Met dank aan Mijn Liefste, de voorlezer van dienst.

Eindeloos kijkplezier

En wat had de sint nog mee, naast chocolade? Twee boeken, eentje van Muis voor Klein Ventje, en eentje over zichzelf voor Groot Ventje.
Groot Ventje is meteen in de ban. Charlotte Dematons, die ook al De gele ballon maakte, heeft er dan ook een prachtig kijk- en zoekboek van gemaakt, met heerlijke paginagrote prenten. Úren kun je ernaar kijken, en toch nog steeds vanalles ontdekken.
Groot Ventje geniet: het gigantische huis van Sinterklaas, met de vele pietenkamers, de eetkamer met de eindeloos lange tafel en de kindertekeningen aan de muur, de dressing van Sinterklaas die vol tabbaarden hangt, de badkamer van de goedheiligman, met een wit douchegordijn met rode mijtertjes op, of zijn werkkamer, waar ook de computer zijn intrede heeft gedaan. Groot Ventje kijkt zijn ogen uit. Het immense speelgoedpakhuis, waar alle pakjes worden gemaakt, met in de kelderverdieping een keuken, alleen maar voor lekkere dingen, boeit hem mateloos. 'O kijk, mama, daar staan de kranen zoals ik er eentje wil! Zou hij er zo eentje brengen?'
n het kijkplezier gaat maar door: de stoomboot propvol juten zakken, de aankomst van de sint, het huis waar al de hulpsinterklazen wachten, Sinterklaas en zijn pieten op de daken, het bezoek bij mensen thuis, de terugtocht, de aankomst thuis, waar een groots feest wacht om de verjaardag van de sint te vieren. De prenten zitten barstensvol leuke details en visuele knipoogjes: op de speelplaats van de pietenschool staan geen gewone klimrekken en glijbanen maar daken en schoorstenen, als de stoomboot aanmeert staat op de kade een massa kinderen te wachten, en wie goed kijkt ziet ook Roodkapje en het melkmeisje, twee van de hulpsinterklazen gaan elkeaar met hun staf te lijf... Een boek om eindeloos lang van te genieten!

Een voorproefje met enkele kijkblazijden vind je hier.

18.11.07

Voorleesweek

Voorlezen is lezen met je oren.
Voorlezen is lezen voor wie dat nog niet zelf kan.
En voor wie dat al lang kan, maar sámen zo fijn
vindt.


Voorlezen is lachen en schateren en glimlachen.
Soms samen, soms om de beurt.
Voorlezen is zinnen krijgen en proeven van de
muziek van taal.
Voorlezen is samen stil zijn met woorden.


Voorlezen is een kind op de arm nemen op de trap.
Voorlezen is een handje geven bij het oversteken.
Voorlezen is even ver weg en veilig terug.
Dicht bij elkaar
en dan weer los.


Voorlezen is in de spiegel kijken
en erachter.
Voorlezen is de deur van de wereld op een kier zetten
en die beetje bij beetje wijd openen.


Voorlezen is pauze nemen in de drukte. Voorlezen is
kwali-tijd nemen.
Gegeven tijd. Gekregen tijd. Geschenktijd.


Het voorleeskwartiertje is een recht van alle kinderen,
braaf en stout,
groot en klein,
bruin en blank
en alle andere tinten.


Voorlezen is plezier voor twee: samen een walsje
draaien, een polka hoppen, swingen of kiezen voor
een slow. En wie de dans leidt? Soms de voorlezer.
Soms de luisteraar.


Voorlezen is luisteren en kijken.
Naar een verhaal.
Naar een kind.

(Majo de Saedeleer, Stichting Lezen, in de Voorleeskrant)

Voorlezen is altijd al het leukste kwartiertje van de dag, maar deze week staat het extra in de kijker. Veel voorleesplezier!

14.11.07

Troostrijk

Wat konden Groot Ventje en ik vanavond beter lezen dan een prentenboek van Astrid Lindgren? In Schemerland, bijvoorbeeld, dat onlangs heruitgegeven werd.
Thomas ligt al tijden in bed, met pijn aan zijn been, en heeft zijn mama horen zeggen dat hij waarschijnlijk nooit nog zal kunnen lopen. Sinds hij dat gehoord heeft, tikt elke avond, als het begint te schemeren, meneer Rozenstaf tegen het raam, een vreemd, klein meneertje dat Thomas meeneemt naar Schemerland, dwars door het raam heen. In Schemerland kan alles. Hoe kan Thomas nou naar Schemerland als hij niet kan lopen? En als meneer Rozenstaf hem vraagt of hij de tram wilt besturen, of de bus, kan hij dat dan wel? 'Dat doet er niet toe,' zegt meneer Rozenstaf. 'Dat doet er niet toe in Schemerland.'
'Tot morgen in de schemering!' riep meneer Rozenstaf. En weg was hij. Net op dat ogenblik kwam mama de lamp aandoen', lees ik. 'Die dingen van Schemerland kunnen eigenlijk niet, hé,' zegt Groot Ventje. 'Niet echt, maar wel in een boek.' En hij voegt eraan toe: 'Ik denk dat hij dat allemaal droomt.' 'Of misschien denkt hij aan al die leuke dingen omdat hij zelf niets meer kan,' opper ik. De troost van de fantasie.
In Schemerland is een mooi, ontroerend boek dat werkelijk boordevol troost zit. Marit Törnqvist maakte er heerlijke, gevoelige illustraties bij, die drijven op sfeer en perfect passen bij het dromerige van dit verhaal. De tekening van Gamla Stan, gezien vanuit het perspectief van Thomas en meneer Rozenstaf die erover vliegen, net op het schemermoment dat 'de lichtjes nu in alle huizen aangestoken werden', is een juweeltje.

21.10.07

Parmantig en aandoenlijk


Verrukkelijk is ze, de 'Mejuffrouw Muis' uit de splinternieuwe prentenboekjes van Elle van Lieshout, Erik van Os en Marije Tolman. Een parmantig muisje, met handtas, bepaald damesachtig gedrag en aan de leiband haar poedel Lucebertje.
In Mejuffrouw muis en haar heerlijke huis vindt ze een huis, 'een heerlijk rijtjeshuis voor een heuse rijtjesmuis'. Maar het huis was nogal leeg en klonk hol, 'en Mejuffrouw Muis hield meer van vol'. En dus gaan ze op stap, op zoek naar spullen voor in huis. Op het eind staat het huis vol leuke spulletjes en heeft Mejuffrouw Muis 'alles in huis, alles om gelukkig te zijn'. En toch mist ze iets...
In Mejuffrouw Muis an de Costa del Sol is ze moe, 'hard aan vakantie toe'. Ze wil zon, ze wil zee. 'En Lucebert? Die ging natuurlijk mee.' De vakantie loopt een beetje anders dan verwacht, maar Mejuffrouw Muis maakt er het beste van.
De verhaaltjes zijn verrassend, aangenaam geschreven, vaak verfrissend en een lust om voor te lezen, zo lekker liggen de zinnen in de mond. De illustraties van Marije Tolman zitten vol prigelige details, die de sobere tekst mooi aanvullen en die je opnieuw en opnieuw doen kijken. Mejuffrouw Muis met al haar herkenbare avonturen is in de handen van Marije Tolmn een aanstekelijk, aandoenlijk creatuurtje geworden. Heerlijk! Ik kijk uit naar meer.

16.10.07

Net alsof

'Grappig, maar ook een beetje triestig,' vindt Groot Ventje als we Sjaantje doet alsof van Sjoerd Kuyper en Daan Remmerts de Vries uit hebben. En daar ben ik het helemaal mee eens.
Sjaantje wil een koekje, maar oma's koekjestrommel is leeg. Dan worden het maar de net-alsof-koekjes van opa. Als die op zijn, gaan ze nieuwe kopen, 'honderd miljoen net-alsof-koekjes', met een net-alsof-wagentje waar ze een net-alsof-muntje in stoppen. Het zo herkenbare fantasiespelletje culmineert in Sjaantjes 'goeie grap', die ze keer op keer maakt. Maar dat is ook het moment waarop de werkelijkheid langzaam weer binnensluipt in de tekeningen van Daan Remmerts de Vries en een verrassend, ontroerend einde volgt.
De illustraties van Daan Remmerts de Vries zijn prachtig. Met een combinatie van schilder-, teken- en collagetechnieken slaagt hij erin fantasie en werkelijkheid in elkaar te laten overlopen.
Een parel van een prentenboek, dat op een knappe, doorleefde manier een gevoelig thema behandelt.

Een voorproefje vind je hier.

5.10.07

Rollercoaster

Een jaar geleden bladerde Groot Ventje er losjes door, om algauw weer een ander boek uit het rek te halen. Nu boeit het hem van begin tot eind: De vijf zintuigen van Hervé Tullet.
'Een boek dat al je zintuigen prikkelt!' belooft de uitgever op de achterflap. Dat is nochtans geen eenvoudige opdracht voor een boek: het visuele prikkelen ligt bij een prentenboek natuurlijk voor de hand, maar horen, ruiken, voelen, proeven? Hoe doe je dat in een prentenboek?
Hervé Tullet is er op een prachtige, inventieve manier in geslaagd. Met veel teken-, schilder-, knip- en plak- en vooral denk- en associatiewerk heeft hij van De vijf zintuigen een vrolijk, kleurrijk, speels ogend boek gemaakt dat van de ene zintuiglijke waarneming of associatie naar de andere buitelt. Ondertussen kom je de ene verrassing na de andere tegen - een braillealfabet, een spiegeltje, een stukgebeten bladzijde, tips voor ooggymnastiek...-, krijg je kleine opdrachtjes, word je op het verkeerde been gezet. Maar bovenal word je uitgedaagd om nóg beter te kijken, voelen, proeven, ruiken en horen, en worden je fantasie en creativiteit geprikkeld.
Met Groot Venje buitel ik van bladzijde naar bladzijde, wat veel kijkplezier, verbaasde kreten en leuke gesprekjes oplevert. De vijf zintuigen is een heerlijk creatief en prikkelend kijk-, ontdek- en speelboek, een ware rollercoaster voor je zintuigen.

1.10.07

Meer dan er staat

Zippy en Slos zijn twee katten. Ze zijn de dikste vrienden, maar als het op eten aankomt, begrijpen ze niks van elkaar. Zippy houdt van groenten, terwijl Slos als een ouderwetse kat van muizen houdt. Maar Zippy vindt dat dieren elkaar eigenlijk niet zouden mogen opeten. Met dat verheven doel voor ogen bedenkt hij zelfs een plan: hij organiseert een circus, ongezien in de dierenwereld. Want in een circus kijken de dieren alleen maar naar elkaar en naar elkaars kunstjes, 'alleen maar rustig kijken. Daar hou ik van. Zonder dat ze achter elkaar aan zitten. Zonder gekrijs en gegrom.' De immer hongerige en likkebaardende Slos begrijpt er niks van, maar is bereid mee te werken. Wat volgt is een absurd, komisch, uitermate vrolijk verhaal, dat Daan Remmerts de Vries in Circus Pingies in razende vaart vertelt. De muizen voeren 'De muizenkoning' op, de zwanen dansen 'De stervende zwaan' zo overtuigend dat de dokter-rat in de piste wordt geroepen en de eekhoorns suizen als kanonskogels door de lucht. Maar als de otter een grappige act brengt over hoe hij probeert een vis te vangen, wat in ware clownstijl steeds weer mislukt, gaan de magen aan het knorren...
Circus Pingies is een heerlijk suggestief en humoristisch kijk- en (voor)leesboek, dat mij en Groot Ventje allebei aan het lachen brengt. We schateren het uit bij de dolkomische gebeurtenissen, Groot Ventje lacht met de vele ongerijmdheden en de grappige tekeningen, ik grinnik om de dubbele bodems en de ironie. Er staat veel meer dan er staat, maar ook aan wat er staat beleeft Groot Ventje al veel plezier.

3.9.07

Woordenboek

Klein Ventje heeft een nieuwe favoriet: Het woordenboek van Muis van Lucy Cousins. Elke dag haalt hij het grote boek uit het rek, sjouwt ermee richting welwillende ouder en begint te trillen van opwinding als een van ons het boek openslaat. De ene keer benoemen we wat hij aanwijst, 'trommel, xylofoon, tamboerijn, trompet...', de andere keer zoekt hij wat wij noemen, 'zie jij een ster? maar waar zit die poes nou toch? kun jij een tijger vinden?'. En natuurlijk moet onder en achter elk flapje gekeken worden. Het plezier gaat eindeloos door.
De vrolijke tekeningen in felle, levendige kleuren maken er een aantrekkelijk aanwijsboek van. Alleen jammer dat er wat slordigheden in de vertaling geslopen zijn.

27.8.07

Ofwel...


Als er een monster is geboren, kunnen er twee dingen gebeuren. Ofwel is het een 'verweg-in-de-wouden'-monster of een 'onder-je-bed'- monster. Als het een 'verweg-in-de-wouden'-monster is, dan is het verhaaltje uit. Maar als het een 'onder-je-bed'-monster is, dan kunnen er twee dingen gebeuren. Ofwel eet hij je op ofwel word je vriendjes met hem en neem je hem mee naar school. Als hij je opeet, is het verhaaltje uit. Maar als je hem mee naar school neemt, dan kunnen er twee dingen gebeuren... Enzovoort, enzovoort.
Laat het me maar meteen zeggen: de illustraties vind ik vreselijk. Daar komt nog bij dat de vormgever heeft willen spelen met de typografie, een poging die naar mijn smaak volledig ontaard is in veel te opvallende, schreeuwerige kernwoorden. De beste typografie is onzichtbaar, wie zei het ook alweer?
Ik had het boek dan ook bijna weggelegd. Dat heb ik gelukkig toch niet gedaan, want de tekst is érg leuk. Eigenlijk doet de opbouw een beetje denken aan een stroomdiagram: het verhaal kan steeds twee kanten uit. Bij de ene keuze is het verhaaltje uit, bij de andere volgt een nieuwe tweesprong. Een techniek die heel veel spanning oproept en benieuwd maakt naar hoe het verder zal gaan. Op het eind wordt er weer een monster geboren. En dan kunnen er natuurlijk twee dingen gebeuren... 'Dan is het verhaal weer bij het begin!' roept Groot Ventje, en hij vervolgt: 'Ofwel is het een verweg-in-de-woudenmonster, ofwel...'
Een heerlijk voorleesboek!

6.7.07

Toveren

Opnieuw en opnieuw en opnieuw moet het uit de kast en doorbladerd worden: Nijntjes lievelingskleuren.
Opnieuw en opnieuw moeten de tabjes eruit getrokken worden.
Klein Ventje heeft duidelijk een nieuw lievelingsboek gevonden.
Dat het de bedoeling is om te raden welke kleur de ballon , het jurkje, het bloemetje van Nijntje heeft, is een bijkomstigheid.
Klein Ventje trekt gretig elk flapje uit de zijkant van de bladzijden.
Wat er dan gebeurt, lijkt wel toveren: het voorwerp krijgt een andere kleur!

2.6.07

O, wat mooi

'Maar op een dag dreef er in de rivier een kist voorbij. De kleine beer viste de kist uit het water, rook eraan en zei: "Oooh... bananen."

De kist rook namelijk naar bananen.
En wat stond er op de kist?
"Pa-na-ma," las de kleine beer. "Die kist komt uit Panama, en Panama ruikt naar bananen. Aaah, Panama. Dat is het land van mijn dromen," zei de kleine beer. Hij liep naar huis en vertelde de kleine tijger tot diep in de nacht over Panama.'

(Janosch, O, wat mooi is Panama)

Aan zee gelezen met Groot Ventje, en vanavond opnieuw: O, wat mooi is Panama! van Janosch, een klassiek prentenboek uit 1978 dat gelukkig weer verkrijgbaar is, heruitgegeven in de 'Lemniscaat/De Soto-reeks', waarin, volgens de uitgever, 'klassieke prentenboeken [worden] uitgegeven die behouden moeten blijven om hun charme en oorspronkelijkheid. Ze verdienen een vaste plek op iedere (kinder)boekenplank.'
Kleine Beer en Kleine Tijger zijn onafscheidelijke vrienden. Ze wonen gezellig samen in een huisje aan de rivier, waar ze het mooi voor elkaar hebben. Beer zorgt ervoor dat er elke dag vis te eten is, Tijger zorgt voor de paddestoelen en de schoonmaak. 'We hebben alles wat ons hartje begeert en we hoeven nergens bang voor te zijn. Want we zijn ook nog sterk. Zo is het toch, Beer,' zegt Kleine Tijger. Janosch laat het zijn tijgerpersonage zeer regelmatig zeggen: hoe goed ze het wel hebben, samen, en hoe geruststellend hun vriendschap wel is.
Maar op een dag drijft daar een lege bananenkist waarop 'Panama' staat. De geur van de bananen doet Beer aan het dromen. Panama moet een heerlijk land zijn, het land van zijn dromen. Hij móét erheen. Hij weet zijn vriend Kleine Tijger te overtuigen, en samen gaan ze op pad, met een hengel, een rode pan en Teigereend, die aan een touwtje op vier wieletjes achter de vrienden aan hobbelt. Onderweg komen ze een hoop dieren tegen, die hen vaak de verkeerde kant opsturen. Uiteindelijk komen ze, dolgelukkig, aan in hun Panama. Alles is er zoveel beter, mooier, geweldiger. Dat ze eigenlijk gewoon weer bij hun vertrekpunt, hun eigen vertrouwde huis bij de rivier, zijn aanbeland - 'Want als je steeds naar links gaat, waar kom je dan uit? Precies! Daar waar je begonnen bent.' - hebben ze, euforisch als ze zijn, niet in de gaten. 'O Tijger,' zei de kleine beer iedere dag, 'wat is het toch goed dat we Panama gevonden hebben, vind je niet?'
De moraal van het verhaal mag duidelijk zijn: het gras is altijd groener aan de overkant. Janosch weet van deze boutade een schitterend verhaal te maken, dat hij op een volstrekt eigen manier vertelt en tekent. Zijn humor is tegelijkertijd absurd en vertederend, en regelmatig komt hij op een grappige manier tussenbeide in het verhaal, om de naïviteit van zijn hoofdpersonages met een milde glimlach te doorprikken. Ook in zijn illustraties zitten vaak humoristische details, wat het verhaal nog een extraatje geeft. O, wat mooi is Panama is een hartverwarmend mooi prentenboek. Het verdient, de uitgever heeft gelijk, een plek op elke boekenplank.

14.5.07

Stout

Of natuurlijk Toen mama nog een braaf meisje was, van Valerie Larrondo en Claudine Desmarteau. De mama in dit boek was ooit zelf klein en, naar eigen zeggen, het braafste meisje van de wereld. Ze at altijd haar bord leeg, trok nooit aan de staart van de kat, zei nooit vieze woorden, kleurde nooit met viltstiften op de bank en gaf altijd antwoord als haar ouders haar riepen. De tekeningen vertellen echter een héél ander verhaal!
Een lekker subversief, stout boekje, dat de draak steekt met regeltjes en idealen en dat Groot Ventje al meermaals veel plezier heeft bezorgd.

13.5.07

Lief

Vanavond haalde Mijn Liefste Mijn mama kan toveren, van Carl Norac en Ingrid Godon, uit de kast. Het is ten slotte moederdag.
De mama in dit mooie prentenboek 'heeft geen toverstaf en ook geen punthoed.' Toch kan ze toveren. Als haar dochtertje nachtmerries heeft, tovert ze de monsters weg. en pijn tovert ze zo weg met een paar kusjes. En als haar kind haar een geheim wil vertellen, weet ze zelfs al van tevoren wat er gaat komen. Maar het mooiste wonder van allemaal, dat si 'als mijn mama zegt dat ze van me houdt'.
De moeder die Ingrid Godon op elke bladzijde weer tekent, groot en krachtig, je gelooft zo dat ze tot toveren in staat is, is tegelijk ook echt en herkenbaar, met een geheven vingertje, een bloemetjeszwemmuts en roodgelakte teennagels. Van het gevoel waarvan het hele boek doordrenkt is, dat moeders in zoveel kleine dingetjes kleine en niet zo kleine wondertjes bewerkstelligen, kan ik alleen maar hopen dat ook dat herkenbaar is. Een mooie ode aan moeders, met prachtige, warme, tedere prenten.

24.4.07

Dromen van letters


Van Harriët van Reek houd je of houd je niet. Ik houd ervan, en sinds haar onweerstaanbare Henkelmannetje veer ik steeds weer op bij de aankondiging van een nieuw boek van haar.
Letterdromen met Do lijkt helemaal op het juiste moment te komen. Een prentenboek over Do, die de hele dag bezig is met het maken van letters en daar zo in opgaat dat ze er ook 's nachts van droomt en er de meest fantastische avonturen mee beleeft: Groot Ventje op het lijf geschreven. Ik nestel me met hem op de bank, en samen duiken we in het boek. Groot Ventje geniet van de herkenning van de letters, lacht om de grapjes (de R die de r niet uitspreekt en bij de koffie een stukje taat belooft, een stukje puimentaat), knikt heel begrijpend bij de existentiële problemen van de P ('Ik weet niet of ik echt een p ben. Want als ik me omdraai ben ik een q en als ik op mijn hoofd ga staan ben ik een b of een d'), wiebelt van ongeduld om de clou te verklaren (dat de E bijna haar been kwijt was en dus bijna een F was geworden) en wil van geen ophouden weten. Letterdroom na letterdroom trekt aan ons voorbij. Zelf ben ik, al vind ik niet elke letterdroom van dezelfde kwaliteit, toch weer onder de indruk van Van Reeks priegelige tekeningen, van haar details die ons het boek opnieuw en opnieuw zullen doen bekijken, van haar absurde humor, haar onconventionele vertelling, haar gedurfde eigen stijl, de inventiviteit van haar beste vondsten.

5.4.07

Lentekriebelig

Sommige prentenboeken zijn een feest voor het oog. Een haas in maart, het boek dat ik Groot Ventje net bij het slapen gaan heb voorgelezen is er zo eentje. Het verhaal - een haas wordt eerst verliefd op een mensenmeisje, Noortje, dat kan zweven, probeert dan zelf te leren vliegen, ontmoet tijdens een van die poging een lief hazenmeisje, en wordt daarvan op slag zelf zo zweverig, dat ze samen wegvliegen - is leuk, grappig, lief, dromerig, af en toe een beetje op het langdradige af.
Maar de illustraties van Kristien Aertssen, o la la. Zelden heb ik een boek gezien dat zo lentekriebelig is. De kleuren, fris lentegroen en hemelsblauw en verliefd roze, spatten van de pagina's, en het boek barst van de beweging, of het nu die van de zingende vogels is, of van Haas die probeert de vliegen, of van de vlindertjes en bloemetjes en hartjes die het verliefde hazenpaartje omringen. Kristien Aertssens kleurgebruik is in dit boek fabuleus, en de talloze details waarmee ze de prenten heeft bedacht, maken het kijkplezier alleen maar groter. Een boek om helemaal vrolijk van te worden!

20.3.07

Coup de foudre

Coup de foudre: L'Eléphant et la Souris, een kartonboekje van Francesco Pittau en Bernadette Gervais. Een warm liefdesverhaal, verrassend uitgewerkt, origineel getekend, kortom, de bekende Pittau & Gervais-kwaliteit.

Ik heb al spijt dat ik de drie andere boekjes in dezelfde reeks niet ook meteen heb gekocht. Maar aangezien ook Groot Ventje meteen weg was van het grappige en warme verhaal van de olifant en de muis heb ik een goed excuus.

4.3.07

Vergeten uiltje

Het is lente en dan vallen de kinderboekenprijzen als bloesems van de bomen.
Soms vallen ze niet helemaal onverwacht, zijn ze voorafgegaan door longlists, shortlists, nominaties.
Heel soms lijkt het alsof een boek ontsnapt is aan de blik van het collectief der prijsuitreikers.
Uil plus Leeuwerik van Ianka Fleerackers en Sebastiaan Van Doninck is zo'n boek. Op geen longlist te bespeuren, maar zo mooi.
Uil en Leeuwerik willen graag vrienden zijn. Dat is knap lastig als de ene een dagvogel en de andere een nachtdier is. Als Leeuwerik 's ochtends begint te zingen, valt Uil in slaap. En als Uil 's nachts de schaduwen van de dieren en de dingen ziet, slaapt Leeuwerik. Eén keer slagen ze erin samen wakker te blijven, en zo wordt de kiem gelegd van een haast onmogelijke vriendschap. Ze besluiten om elkaar voortaan briefjes te schrijven. Leeuwerik schrijft over de liederen die hij die dag heeft gezongen, Uil over de schaduwen die hij heeft gezien. Het gaat goed tot Leeuwerik op een dag een veel te kort briefje schrijft...
Kinderboekdebuten van Bekende Vlamingen (c.q. Nederlanders, Amerikanen, Engelsen...), mijn wenkbrauwen gaan er vaak van fronsen. De Madonna's van deze wereld zouden het gezegde van de schoenmaker en zijn leest beter ter harte nemen. Bij Ianka Fleerackers blijkt wenkbrauwengefrons overbodig. Wat een ijzersterk debuut! Ze wikt en weegt haar woorden, en schrijft op een sobere, poëtische manier een ontroerend verhaal, en durft daarbij het voor de hand liggende happy end uit de weg te gaan. De illustraties van Sebastiaan Van Doninck, toepasselijk in lichte gele en donkere nachtblauwe tinten, zijn ronduit schitterend. Zijn beelden staan er even sterk als de woorden van Ianka Fleerackers, schijnbaar eenvoudig, maar zinderend van de emotie. Neem daarbij de prachtige vormgeving, het bijzondere lettertype, het spel tussen tekst en kleine en grote illustraties, en het moge duidelijk zijn: Uil plus Leeuwerik is een prachtig kleinood, een debuut dat doet verlangen naar meer, veel meer.

7.2.07

Hartverwarmende eenvoud

En welk prentenboek past er beter op zo'n winterse sneeuwmannendag dan De sneeuwman van Raymond Briggs? Na de pannenkoeken (want wat past er beter op zo'n winterse sneeuwmannendag?) duik ik in mijn werkkamer, in een rek met prentenboeken die nog niet in Groot Ventjes rek zijn geraakt. Na wat zoeken vind ik mijn oude exemplaar.
Groot Ventje en ik 'lezen' samen het woordenloze verhaal van de sneeuwman die in het holst van de nacht tot leven komt en eerst het huis van het jongetje ontdekt (lichtknopje aan, lichtknopje uit, lichtknopje aan) en dan met hem wegvliegt, de nacht in, over de stad, de buiten, de zee. Bij het ochtendgloren ('dat kleine beetje rood daar beneden, dat lijkt wel de zonsopgang!') vliegen ze gauw weer naar huis, de sneeuwman neemt zijn plekje weer in alsof er niks gebeurd is, en de jongen kruipt weer in bed. 's Ochtends is de sneeuwman gesmolten.
Een eenvoudig, maar heerlijk verhaal, louter verteld in zachte potloodtekeningen. Een pracht van een klassieker, eentje om jaar na jaar uit de kast te halen!