7.2.07

Hartverwarmende eenvoud

En welk prentenboek past er beter op zo'n winterse sneeuwmannendag dan De sneeuwman van Raymond Briggs? Na de pannenkoeken (want wat past er beter op zo'n winterse sneeuwmannendag?) duik ik in mijn werkkamer, in een rek met prentenboeken die nog niet in Groot Ventjes rek zijn geraakt. Na wat zoeken vind ik mijn oude exemplaar.
Groot Ventje en ik 'lezen' samen het woordenloze verhaal van de sneeuwman die in het holst van de nacht tot leven komt en eerst het huis van het jongetje ontdekt (lichtknopje aan, lichtknopje uit, lichtknopje aan) en dan met hem wegvliegt, de nacht in, over de stad, de buiten, de zee. Bij het ochtendgloren ('dat kleine beetje rood daar beneden, dat lijkt wel de zonsopgang!') vliegen ze gauw weer naar huis, de sneeuwman neemt zijn plekje weer in alsof er niks gebeurd is, en de jongen kruipt weer in bed. 's Ochtends is de sneeuwman gesmolten.
Een eenvoudig, maar heerlijk verhaal, louter verteld in zachte potloodtekeningen. Een pracht van een klassieker, eentje om jaar na jaar uit de kast te halen!

Magisch moment

Als we onze straat in rijden, worden we opgewacht door een goedige, breed lachende sneeuwman, die de wacht lijkt te houden voor ons huis. Ik word overspoeld door een mix van gevoelens: vrolijkheid, warmte, nostalgie, het gevoel dat het goed is, zo, hier, nu. Sneeuwmannen horen duidelijk thuis in het magische rijtje van kertslichtjes, de geur van vers gebakken cake, de spanning van de nacht voor Sinterklaas.

Winterochtend

Nooit eerder waren de kleertjes zo snel aan, de boterhammen zo snel op, de jas zo snel aan. Elke minuut die gewonnen werd op het Grote Ochtendtreuzelen, was een minuut in de sneeuw. Sneeuwde het maar elke dag!

6.2.07

Winteravond

Het is al avond wanneer hier de eerste sneeuw valt, eerst wat weifelend, smeltend nog voor hij de grond raakt, dan in dikkere, overtuigde vlokken. Het is bijna niet te geloven dat al dat wit dat nu haast alles bedekt, zoals het weerbericht voorspelt, morgen verdwenen zal zijn.

Mijn Liefste en ik kijken elkaar aan. Even twijfelen we, dan lachen we. Gewoontes en principes zijn mooi, maar dit is misschien de enige sneeuw van deze vreemde winter.
Gauw een fleecetrui over de pyjama, warme winterjas aan, fleecemuts op, en Groot Ventje en Mijn Liefste gaan nog heel even naar buiten. Klein Ventje kijkt van achter het raam zijn ogen uit. Als ik Groot Ventje even later recht van buiten zijn warme bedje in draag, glinsteren zijn oogjes.
Droom maar lekker, Groot Ventje.

5.2.07

Weg!

Boeken gooi je niet weg.
Boeken koester je, geef je een plekje naast ander moois in een boekenrek, en als je ze zelf niet meer wilt, maak je er iemand anders mee blij.
Toch sta ik op het punt een boek weg te gooien.
En niet eens eentje waarvan ik denk: liever kwijt dan rijk.
Nee, De aaibeesten van Dotje is een erg leuk voelboekje, met dieren die een lust zijn voor vingertjes die op de tast hun wereld verkennen, een lekker zachte tijger, een harige papegaai, een gladde olifant. Uren hebben ze de vingers van Groot Ventje destijds beziggehouden. En ook Klein Ventje heeft ze ontdekt.
Maar helaas, het boek heeft een tweede aanval van gretigheid niet overleefd. De cover en voorste helft zijn in het niets verdwenen en de kapotte rug dient nu vooral om stukjes van los te peuteren, die vervolgens met smaak verorberd worden.
Toch maar naar de kinderboekenwinkel, voor een nieuw exemplaar?

'Ja ja Mini'

Voor sommige boeken voel je meteen van bij het begin een vorm van sympathie. De Mini-boekjes van Kitty Crowther zijn er zo. Eerder was er al Mini wordt wakker, nu lees ik met Groot Ventje het spiksplinternieuwe Mini gaat naar de film.
Ik houd erg van de zachte, grappige potloodtekeningen van Kitty Crowther. Er gaan heel veel tederheid en warmte van uit zonder dat ze zoeterig worden, en ze hebben een geheel eigen vorm van humor. Mini gaat naar de film vertelt een voor elke kleuterouder zeer herkenbaar verhaal. Mini en haar papa - insecten met vleugels en vier armen, wat erg grappige tekeningen oplevert, vier handen in plaats van twee om de kracht van gebaren in te leggen! - gaan naar de film, maar zoals het een kleuter betaamt, gaat dat niet via de kortste weg. Al Mini's knuffels moeten mee, moeten een plekje krijgen, en de film is nog maar net begonnen of Mini krijgt dorst - en al de knuffels ook. Mini is een prachtig kleutercreatuurtje, maar ook haar papa loopt over van de herkenbaarheid. 'Doe je jas nu maar aan Mini.' 'O Mimi niet op elke stoel een knuffel.' Bij het voorlezen hoor ik soms een echo van mezelf. Zelfs Groot Ventje moet lachen om zoveel herkenbaarheid. Zouden ze nog veel te zien krijgen van die film?

Le repas imaginaire

Klein Ventje wil niet eten. Fruitpap gaat er mondjesmaat in, voor groentepap haalt hij helemaal zijn neus op. Dat zijn we van hem niet gewend. Wie is de boosdoener? Een oortje? Tandjes?
Maar als hij in de woonkamer komt, kruipt hij naar het speelgoedfornuisje, haalt het kastje leeg, neemt een kommetje en een lepeltje, roert in het kommetje, brengt het lepeltje naar zijn mond, roert weer, neemt weer een hapje.

4.2.07

Pyjama

De laatste weken heeft de klas van Groot Ventje gewerkt rond bedjes en slapen. Vrijdag werd het project afgesloten met een mini-optredentje. In pyjama.
Voor het optreden hadden ze hun pyjama al aan, en zo hebben ze ook nog een tijdje gespeeld. Aan de knieën van de pyjama's, zo vertel ik 's avonds aan de keukentafel aan Mijn Liefste, kon je zien of er een meisje of een jongen in zat: die van de jongens waren aanzienlijk vuiler en zwarter.
Vandaag kijk ik met Klein Ventje in een babyboekje met foto's. 'Kijk,' zeg ik. 'Een kindje, en daar nog een kindje.'
Groot Ventje, die erbij zit, preciseert: 'Een meisje. En dat is een jongen.'
'Maar hoe moet Klein Ventje zien dat het ene kindje een meisje en het andere een jongen is?' vraag ik.
'Omdat meisjes langere haartjes hebben.'
Op de foto klopt het. Een overvloed aan lange, donkere krullen, nu al een modelletje.
'Maar sommige meisjes hebben toch ook korte haartjes. J. in jouw klas heeft toch korte haartjes? Hoe kun je dan zien dat J. een meisje is?'
'Omdat J. dat zegt,' flapt Groot Ventje eruit. En dan, triomfantelijk: 'Je kunt dat zien door naar de knietjes van de pyjama te kijken!'

2.2.07

Mededeelzaamheid

'Vertel maar aan je mama wat je geleerd hebt over dag en nacht,' zegt juf Jo, als ik Groot Ventje ophaal na schooltijd. En dus vraag ik wat hij dan wel geleerd heeft.
'Gewoon, van de aarde, dat die helemaal ronddraait, met alles erop, en van hoe de dag en de nacht werken,' antwoordt hij, haast een verveelde puber.
En als ik doorvraag naar hoe die dan wel werken: 'Die dingen weten mama's en papa's toch al?'
Tja...

Een illustrator als een Legobouwer

Van 3 februari tot 18 maart loopt in kunstenhuis Pantalone in Brussel het project De imaginaire stad, een 'bouwspel voor inventieve kinderen', 'voor iedereen vanaf 6 maanden'. Na zoveel eerdere prachtprojecten ben ik benieuwd wat Pantalone ditmaal in petto heeft. We gaan er dus binnenkort naartoe.
De imaginaire stad is onder meer geïnspireerd op het boek Stad van Koen Depoorter en Pieter Gaudesaboos, en kinderen kunnen er met zijn computertekeningen aan de slag om op een magneetmuur een 'stad in de verte' te creëren.
Eigenlijk is het een prentenboek voor oudere kinderen, maar ik haal het toch uit de kast, met het oog op ons bezoek. Altijd leuk als Groot Ventje de prenten al gezien heeft.
Stad is een modern sprookje over drie boers, die elk op hun achttiende verjaardag door hun arme vader, houthakker in het Wiegelwoud, de wijde wereld in gestuurd worden, op zoek naar een eigen plek om te wonen. Erwin, de oudste, loopt maar wat rond, tot hij bij een prachtige prei komt en hij besluit daar zijn huis te bouwen. Een langs lopende fantast verzint een wonderbaarlijk verhaal rond de prei, en voor Erwin er erg in heeft wordt hij overspoeld door toeristen en door mensen die zich in zijn buurt vestigen om een graantje mee te pikken van het toeristische preisucces. Een stad krijgt vorm. Sven, de middelste broer, begint een omwalling te bouwen als bescherming tegen een roversbende uit het woud, en ook binnen zijn muren groeit een stad. Wouter, de jongste broer, pakt het bedachtzaam aan: hij ontwerpt eerst een hele stad voor hij begint te bouwen... Een sprookje, een moderne fabel, maar dan een urbanistische variant die meteen ook veel vertelt over hoe steden ontstaan en groeien en hoe alle elementen zich tot elkaar verhouden.
Bijzonderder dan het verhaal, dat af en toe wat langdradig is, is de uitwerking door Pieter Gaudesaboos. Hij heeft zich in dit boek duidelijk uitgeleefd, zijn enthousiasme spat van de pagina's. Erwinstad, Svenstad en Wouterstad zijn creaties in vrolijke, frisse kleuren, die pagina na pagina worden opgebouwd uit uiteenlopende elementen, vol knipoogjes - een poes à la Fiep Westendorp, gelaatsuidrukkingen à la Playmobil, en het hele boek wekt wel de indruk dat de illustrator als een uitgelaten kind met een bonte verzameling Legoblokjes aan de slag is gegaan. Uren kun je naar deze prenten kijken, en naar de talloze details die ze herbergen. Origineel, speels, fris, vernieuwend, creatief, gedurfd: dit boek is het allemaal.
Groot Ventje is er meteen weg van. Is het de bouwer in hem - een vuur dat dag in dag uit wordt aangewakkerd door Bob de Bouwer en hopen Duploblokken - die hierdoor gefascineerd is? Hij gaat helemaal op in de prenten, ontdekt het ene detail na het andere, en vergelijkt geboeid verschillende prenten om de voortgang van de bouwwerken in kaart te brengen. Hier gaan we nog veel plezier aan beleven!

1.2.07

Kinderziekenhuis

In het Kinderziekenhuis van het universitair ziekenhuis Gasthuisberg gebeuren veel fijne en mooie dingen met kinderboeken. Die mogen wel eens extra belicht worden in een artikel, en dus trok ik naar het Kinderziekenhuis.
Natuurlijk zou het me vijf jaar geleden ook aangegrepen hebben.
Natuurlijk zou ik vijf jaar geleden ook kippenvel hebben gekregen op bepaalde afdelingen.
Maar nu lijkt het alsof ik de pijn en het ongeluk nog scherper aanvoel.
Nu komt het zo dichtbij, niet meer af te schudden.
En wanneer ik voorbij de afdeling neonatale zorgen kom en de klaarstaande couveuses zie en het gehuil van prille minimensjes hoor, word ik week, word mijn buik week.
Mama worden doet vreemde dingen met een mens.

31.1.07

Kikker

Groot Ventje zat al te wiebelen in de autostoel.
'Wij gaan naar tonee-eel, joepie-jee!' klonk het achterin.
En: 'Is het nog ver, die toneelzaal?'
En: 'Toneel, dan doen die mensen anders dan anders he?'
Hij kijkt zijn ogen uit als we de schouwburg binnen stappen. We hebben al wel eens een toneelvoorstelling gezien, maar die was niet in een schouwburg. Een heuse vestiaire, een trap met heel veel treden, 'wel honderd he mama?', een plekje in de baignoires, roodfluwelen stoeltjes: ditmaal is het er allemaal bij. En het maakt zichtbaar indruk.
Tijdens de voorstelling, Kikker in de wolken, zit hij, zo kennen we Groot Ventje, de hele tijd aandachtig en ernstig te kijken. Een dik uur later gaat hij op zijn roodfluwelen stoel staan en applaudisseert enthousiast. Een staande ovatie, onbewust.
Kikker in de wolken, van Theater Terra, is een prachtige voorstelling, gebaseerd op drie van de Kikker-verhalen van Max Velthuijs, met ertussendoor het verhaal van het jongetje Max, dat veel parallellen vertoont met de Kikker-verhalen.
Theater Terra, dat is poppenspel met prachtige poppen van, schat ik, wel een meter groot, die bespeeld worden door acteurs van wie de bewegingen, de stem, zelfs de mimiek wel lijken samen te vallen met de poppen waardoor die helemaal tot leven komen. Theater Terra is ook een schijnbaar eenvoudig maar ingenieus decor met veel inventieve vondsten voor scène wisselingen, leuke muziek met liedjes die je meteen oppikt. Het lijkt allemaal zo simpel, maar het zit enorm knap in elkaar.
Prachtig vond ik de scène waarin Kikker in de vijver naar zijn spiegelbeeld kijkt, droevig omdat hij zichzelf maar een doodgewone groene kikker vindt die niks bijzonders kan. Een visueel hoogstandje!
Als we de schouwburg uit lopen, zegt Groot Ventje: 'Het was allemaal zo leuk!'

De pest in

Straks gaan Groot Ventje en ik naar het toneel.
Omdat ik nog even iets praktisch wil checken, surf ik naar de site van de schouwburg.
Ik klik ook even door op een prikkelend linkje.
Eerst ga ik breed glimlachen, dan lees ik verder, zie de datum.
Afgelopen zaterdag was een van mijn favoriete auteurs in Leuven.
Nauwelijks twintig minuutjes hiervandaan.
Erger nog, ik was die zaterdag ook in Leuven.
Terwijl Edward van de Vendel ongetwijfeld weer veel interessants en fijns zat te vertellen of voor te lezen, op zijn eigen aangename wijze, waren Mijn Liefste en ik een klas in de school van Groot Ventje aan het poetsen. Ouderparticipatie heet dat.
Ik weet het: had ik de culturele kalender maar beter in het oog moeten houden.
Maar toch heb ik de pest in.

Gekuist

Al wie van dichtbij met kinderen geconfronteerd wordt, voelt wel eens, of vaak, de neiging om ze te beschermen. Handje bij het oversteken, handje op het voetpad, traphekje bovenaan de trap, traphekje onderaan de trap, slotje op de oven...
Sommige mensen menen ook de hoofden van kinderen te moeten beschermen. Zo ook enkele christelijke basisscholen uit het Nederlandse Staphorst. Hun leerlingen zullen bij het gebruiken van de Van Dale alvast niet meer bezoedeld worden door vloeken, schuttingtaal en wat dies meer zij.
Van Dale on demand: de mogelijkheden zijn eindeloos, als je erover nadenkt.
De gevaren ook, helaas.

Wat de bakker niet kent...

Een pakje rozijnen met een nog maar beperkte houdbaarheidsdatum.
Een halve zak oud brood.
Een zestal eieren die op moeten.
Daar zit maar één ding op: broodpudding.
Groot Ventje is meteen enthousiast en we bedenken wat er nog in kan.
Peperkoek. Twee Bob-de-Bouwerkoeken. Eén berenkoek. Honing. En omdat ik weet wat er gaat volgen, nog een extra lekker ingrediënt: chocoladebolletjes van Callebaut.
Groot Ventje weegt, giert, klutst, roert, geniet.
Als de broodpudding gebakken en afgekoeld is, vraag ik, zoals elke keer: 'Wil je een stukje?'
En zoals elke keer, schudt Groot Ventje het hoofd: 'Nee.'
Zelfs met chocoladebolletjes erin blijft het nee.

30.1.07

Vanzelfsprekende metamorfose

Meer dan tien jaar al staat Een heel lief konijn van Imme Dros in mijn boekenkast. Nu haal ik het er weer uit.


Op een dag kreeg mevrouw Klein een staart.
Ze wist niet wat ze zag.
Zij een staart.
Op haar leeftijd!
Het was maar een klein staartje.
Dat was nog een geluk.
Je merkte er niet veel van.
Vooral niet met kleren aan.

Mevrouw Klein vroeg zich af
hoe ze aan die rare staart kwam.
Ze had nooit iets raars gedaan
en nooit iets raars gehad in haar leven.

Ze bekeek de staart
in de spiegel.
En ze dacht goed na.
Waar leek dat ding nu op?


Terwijl ik de eerste zinnen voorlees aan Groot Ventje en weer de tekeningen van Jaap Lamberton zie, overvalt me weer iets van het leesplezier van zoveel jaar geleden. Het verhaal is eenvoudig, mevrouw Klein verandert geleidelijk aan in een konijn en is daar niet bepaald gelukkig mee (maar gelukkig lijkt meneer Klein sprekend op een otter), en wordt door Imme Dros verteld op een bijzonder sobere manier. Geen woord te veel, en toch boordevol gevoel, humor, knipoogjes. Veel van die knipoogjes - 'Zie je niets aan me?' / vroeg mevrouw Klein. / Meneer Klein keek over de krant. / 'Een nieuwe jurk? Ander haar?' / 'Jij ziet ook nooit iets,' / riep mevrouw Klein. 'Ach,' zei haar man, / 'voor mij ben je altijd goed.' - gaanover het hoofd van Groot Ventje heen. Geen nood, hij gaat op in het, voor hem, knotsgekke verhaal van 'een mevrouw die eerst een mevrouw was en toen was ze ineens een konijn'. Ik glimlach om de grapjes, en hoor ook Mijn Liefste, met een half oor meeluisterend, grinniken.
Helemaal af wordt het boek door de tekeningen van Jaap Lamberton. Ze zijn al even sober en summier als de tekst van Imme Dros, en toch vormen ze er een prachtige aanvulling op. Ze lijken alleen de essentie te tonen, en laten de concrete invulling - wijselijk? - aan de lezer. Ze houden zich ook verre van enig realisme, waardoor dit ongewone verhaal haast iets vanzelfsprekends krijgt.

(En het leukste nieuws: dit boek is net herdrukt in de reeks 'Schatkist van de jeugdliteratuur' en is dus gewoon verkrijgbaar.)

Heimwee

Elke week lees ik de hotelbespreking in Weekend Knack, inspiratie voor rustiger tijden.

Deze week kijk ik verrast naar de foto's.
Hôtel du Jeu de Paume, hartje Parijs.
O ja.
Heerlijk was het er, jaren geleden, een leven geleden lijkt het nu wel, in prille, nog ventjesloze tijden.
Zeventiende -eeuws, prachtig gerestaureerd, een mengeling van klassiek en modern, fantastische ligging, rust, en een service zoals een hotelservice hoort te zijn.
Ik droom weg.
Dan klik ik verder op de website van het hotel.
Het prijskaartje houdt me nog even met beide voeten op de grond.

29.1.07

Duidelijk

Groot Ventje wou gisteren met Mijn Liefste een boek lezen.
Niet zomaar een boek, neen, 'dat boek over die knoop, met die slak die geen naaktslak is, maar die toch geen huisje heeft omdat hij dat is kwijtgeraakt'.
Er rinkelde bij Mijn Liefste geen belletje.
'Dat boek met de Droevige Daklozige Slak. En met die wolf, die ook in een ander boek staat, dat rode, waarin ook die auto staat waar een meneer onder ligt.'

Pincet

De pincetgreep is een belangrijk concept in de fijnmotorische ontwikkeling.
Ga maar na: tussen je duim en wijsvinger iets fijns oppakken, levert veel meer resultaat op dan het met de hele hand proberen.
Klein Ventje heeft zijn geheel eigen domein uitverkoren om zijn pincetgreep te oefenen. Broodkruimeltjes?
Pluisjes op de grond?
Neen, vel, puur onversneden vel, dát pakt pas lekker tussen duim en wijsvinger.
En je krijgt er nog leuke kreetjes bij als je het doet ook.

26.1.07

De Nachten, hels

Eén oortje, vuurrood, ontstoken.
Vier boventandjes, vlijmscherp, klaar om zich een weg door zacht tandvlees te snijden.

Is (pijn+pijn4) erger dan pijn?

25.1.07

Gegniffel

Geen verhaaltjes vandaag natuurlijk, maar een stapeltje dichtbundels, Hans en Monique Hagen, Nannie Kuiper, Riet Wille, Geert de Kockere, van alles door elkaar.
Wat Groot Ventje het leukste gedichtje vond? En waarom? Ik hoefde het zelfs niet te vragen.

In mijn...

Ik heb mijn pet
opgezet
en mijn sokken
aangetrokken.

O wat een wonder!
Ik ben aangekleed
v
a
n

t
o
p

t
o
t

t
e
e
n
maar wel zonder...

(Riet Wille)

Inspiratie

Een fijn Gedichtendag-initiatief: Parlando vroeg een dertigtal kunstenaars om aan de slag te gaan met het gedicht Melopee van Paul van Ostaijen.

Glunderoogjes

De juf van Groot Ventje: 'Gij, gij wordt nog nen echte bakker, gij.'

Gedichtendag!


24.1.07

Knoop

Een tijdje geleden lazen Groot Ventje en ik Wolf van Sara Fanelli, vanavond haal ik van diezelfde auteur en illustratrice Knoop uit de kast. Ik ben nog niet echt aan het voorlezen - het boek opent, ontraditioneel, met een soort voorstelling van de personages - of Groot Ventje wiebelt: 'Maar dat is de wolf uit dat andere boek!'
Ik houd me van de domme.
''Dat boek waarin hij naar de stad gaat, maar niemand vriendjes met hem wil zijn!'
Nog ben ik dom.
'Die wolf heeft ook veel van die warrige haartjes!'
Daar kan ik niet tegenop.
Ook Knoop is weer een leuk voorleesverhaal - al is de kleingedrukte vertaling, in de marge, van de lappen tekst die in de illustraties vertaald zijn, een minpuntje. De knoop die van een jas valt en dan in verschillende handen terechtkomt, steeds weer bij iemand die hem ergens voor kan gebruiken, is zo het uitgangspunt voor een leuk kringverhaal. Bij het zien van de slak, niet zomaar een slak, maar een Droevige Dakloze, anticipeert Groot Ventje al: 'O ja! De slak kan hem als een huisje gebruiken!'
De Droevige Dakloze Slak is mijn favoriet uit dit boek. Wat een schepsel! En wat een pracht, als hij met Knoop eindelijk een echt huisje heeft - meteen de allermooiste bladzijde, in een magnifiek rood.
En Groot Ventje, die vindt het een leuk boek 'omdat iedereen iets vindt wat hij kan gebruiken'.