De laatste tijd had Groot Ventje nogal eens kuren. Gevraagd naar het waarom van zoveel dwarsigheid heette het: 'Ik ben al mijn goeie woordjes kwijtgeraakt.'
Zomaar. Weg. Niks aan te doen.
Vandaag was een bijzonder fijne dag. Een en al meewerkzaamheid, lieve glimlachjes, knuffels, kusjes, zottigheid, leuke ideeën, en niks geen tegendraadsheid. Wanneer ik hem vertel hoe leuk ik de dag vond, straalt hij. 'Ik heb maar aan de stoute gedachten gezegd dat ze niet meer naar mijn hoofd moeten komen.'
24.4.07
Baas in eigen hoofd
Nostalgia
In Bologna gaat vandaag de zoveelste Fiera del Libro per Ragazzi van start.
Ik kijk door het raam naar buiten, ook hier is de lente prachtig, maar het heimwee prikt.
De weldoende warmte van de zon op je huid als je uit het vliegtuig stapt.
Het eerste glaasje witte wijn op de Piazza Maggiore.
Het schoon volk van de passeggiata.
De sfeer op de beurs, de aanblik van veel moois, veel lelijks ook, de opwinding om wat een pareltje lijkt.
De fragole, boordevol smaak al.
De Nederlandse gastvrijheid in het Palazzo Santo Stefano.
De vaste afspraak in de Poeti.
De groentjes, recht van onder de grill.
De wandelingen onder de arcaden.
De verwondering
Het Nutella-ijs in de gelateria op weg naar de Fiera.
Het stokoude bloemenverkoopstertje.
De cartoleria vol kleinoodjes.
De uitgestorven stilte van de siesta.
Het sprookjesachtige lichtje bovenin de koepel.
De oude bekenden, de Amerikaanse, Franse, Duitse, Scandinavische vaste namen, de verrassende nieuwkomers.
De nachten vol leven, de ontmoetingen, de exploten.
Ah Bologna!
22.4.07
Stand van zieken (2)
Groot Ventje: check
Klein Ventje: status onzeker
Mijn Liefste: check
Mama: check
Oftewel: keelontsteking (2 stuks), oorontsteking, windpokken (1 of 2 stuks, onduidelijk), bronchitis, onduidelijk amalgaam van keel- en luchtwegklachten en ziektegevoel.
13.4.07
12.4.07
So it goes
In De Morgen lees ik dat Kurt Vonnegut overleden is. Ik denk terug aan die allereerste kennismaking met zijn boeken, die liep via dat ene boek dat me, ik moet veertien, vijftien zijn geweest, helemaal door elkaar schudde. Hoofdpersonage Hal dweepte met Vonnegut, en dus ging ik ook zijn boeken lezen, Slaughterhouse Five om te beginnen.
Maar het aller-, allereerste wat door me heen ging bij het lezen van het bericht van zijn dood was: So it goes, Mr. Vonnegut, so it goes.
11.4.07
7.4.07
Vakantiegevoel
Prepaasplezier
Vorige week konden alle kinderen uit onze gemeente, dankzij een initiatief van de Gezinsbond, paaseieren gaan zoeken in het plaatselijke speeltuintje. Vandaag was Groot Ventje uitgenodigd om er te gaan rapen in de tuin van vrienden. Wat een feest, elke keer weer! En morgen is het weer zover, dan hebben de paasklokken een verse lading gebracht in de tuin van oma en opa L., traditiegetrouw netjes op servetjes. Overmorgen is onze tuin aan de beurt - zonder servetjes, vermoed ik.
Geen beloning
Gisteren dreigde een gepland bezoekje aan Planckendael in het water te vallen. Na een erg fijne ochtend duurde het klaarmaken-om-te-vertrekken eindeloos. Anderhalf uur, om precies te zijn. Toen ik zei dat we dan maar niet zouden gaan en dat zo'n manifest gebrek aan flinkheid niet rijmde met een dierentuinbezoek, diende Groot Ventje me zonder verpinken van antwoord: 'De dierentuin is geen beloning, mama. Een dierentuin maken ze voor kindjes zodat die naar de dieren kunnen gaan kijken, ze maken die niet als beloning, hoor.'
5.4.07
Charmeur
Daarstraks, in de Hema.
Groot Ventje rent weg, de hele winkel door, luid schaterend als ik hem bijna te pakken heb, maar toch niet helemaal. En opnieuw, en opnieuw. Als ik hem dan toch beet heb, brengt een Ernstig Gesprek even soelaas. Maar tegen de tijd dat we bij de kassa staan te wachten, zet hij het weer op een lopen. Het dinostickervel dat hij net heeft uitgekozen, houdt hij dicht tegen zich aan gedrukt.
'Zo kan dat stickervel niet mee hoor,' zegt de sluwe moeder in mij.
'Ik houd het lekker zo, dan kun je er niet bij,' zegt het sluwe ventje in Groot Ventje.
'Maar als ik het niet betaal, kunnen we het niet meenemen, en zo kan ik het niet betalen.'
Groot Ventje kijkt me gewiekst aan: 'O dan laat ik het wel betalen hoor.'
Voor en achter me klinkt gelach.
'Hoe ga je dat doen?' vraag ik, toch wel benieuwd.
'Ja, wij gaan dat niet voor je betalen, hoor,' zegt een van de twee studentes voor me in de rij.
Groot Ventje loopt in hun richting, kijkt hen allercharmantst aan. 'Toe?' hoor ik hem zeggen.
En ja hoor, 'Ja-a, als je zo naar me kijkt, misschien toch wel', hoor ik nog net.
Spiegel
Tijdens het surfen kom ik, niet geheel toevallig, terecht bij een interview met een neuroloog, ene hoogleraar Rien Vermeulen, over het nog sterk dichotome denken van de geneeskundige wereld: problemen zijn ofwel lichamelijk van aard, ofwel psychisch. Geprikkeld lees ik verder:
De neuroloog zucht, en speelt een moderne arts-patiënt dialoog na: 'Vaak eisen ze een CT-scan van hun hoofd. Wij zeggen dan: "Daar is geen reden voor, want wij denken niet dat er een hersentumor zit." Dan vragen ze: "Hoe weet u dat nou?"' Wij: "Dat weten we op grond van het type hoofdpijn dat u heeft; een hersentumor presenteert zich niet op die manier." De patiënt zegt dan: "Hoezo, hoe kunt u dat nou zien aan de buitenkant." Dan is het gevecht al begonnen en dat is hopeloos. Soms zegt een van mijn collega's: "Ik wil van het gelazer af zijn, ik maak zo'n CT-scan." Maar dan ben je er zelden vanaf. Dan was de scan dik in orde, maar vraagt de patiënt: "Er zijn toch ook MRI's tegenwoordig."' Vermeulen zwijgt veelbetekenend, lacht dan wat moedeloos. 'Aan die onderzoeken moetje als arts helemaal niet beginnen, want dan denkt de patiënt: "Zie je wel, de dokter denkt óók dat er een tumor of zoiets zit." Dan versterk je de fixatie op dergelijke aandoeningen.'
Het is als een spiegel, ik beken schuld. En ik vind het stukje best humoristisch, maar toch: niets zo onrustwekkend als iets onverklaarbaars, onverklaarbare tintelingen om maar iets te noemen. Hebben ze daar tegenwoordig geen MRI's voor dan?
Lentekriebelig
Maar de illustraties van Kristien Aertssen, o la la. Zelden heb ik een boek gezien dat zo lentekriebelig is. De kleuren, fris lentegroen en hemelsblauw en verliefd roze, spatten van de pagina's, en het boek barst van de beweging, of het nu die van de zingende vogels is, of van Haas die probeert de vliegen, of van de vlindertjes en bloemetjes en hartjes die het verliefde hazenpaartje omringen. Kristien Aertssens kleurgebruik is in dit boek fabuleus, en de talloze details waarmee ze de prenten heeft bedacht, maken het kijkplezier alleen maar groter. Een boek om helemaal vrolijk van te worden!
Groeiboek
Het concept van een groeiboek, dat met de lezer en zijn leesniveau meegroeit, is niet nieuw. Sylvia Vanden Heede verraste er jaren geleden mee, in de vorm van het wondermooie Vos en Haas. Ook dit Sprookjesgroeiboek groeit mee met het leesniveau van het kind, van AVI0 tot AVI5. Per AVI-niveau zijn vier sprookjes bewerkt. In AVI0 zijn het eenvoudige beeldverhalen (zeg maar strips) waarin het verhaal meer door de illustraties dan door de tekst wordt verteld, in AVI5 zijn het volwaardige leesverhalen. Hilde Vandermeeren is er prima in geslaagd de sprookjes te vereenvoudigen zonder de kern ervan geweld aan te doen, en de lezertjes het gevoel te geven dat ze al helemaal zelf een verhaal lezen, zelfs in de verhalen met erg weinig tekst. De ultrakorte zinnetjes, losse woordjes, uitroepen en soms louter klanken vertellen de essentie van het verhaal. In het verhaal van Roodkapje (AVI0) verbergt de wolf zich achter een boom en zegt verlekkerd 'Mmmmmm', in dat van de zeven geitjes, stoten de geitjes bij het zien van de wolf angstige kreten uit. Meer dan twintig verhalen en vier leesniveaus verder ontspint zich zin na zin het verhaal van Doornroosje, met langere zinnen, meer verhaaldetails, moeilijker woorden, subtieler taalgebruik.
Het boek is bovendien prachtig uitgegeven, met op elke pagina mooie illustraties van Rosemarie de Vos, die de tekst perfect aanvullen en die opvallen door hun mooie, originele kleurgebruik en door hun grappige knipoogjes. Een pluim ook voor de vormgeving, door Daniël Peetermans: een mooie, verzorgde uitgave, tot in de kleinste details: het kleurbalkje aan de rand van de bladzijde dat het AVI-niveau aangeeft, het aangename matte, crèmekleurige papier, het Roodkapje-figuurtje dat op elke bladzijde paraat is en langzaam, bijna ongemerkt meegroeit met de lezer. Alleen het leeslintje ontbreekt nog...
Een absolute aanrader!
4.4.07
Ridderlijk vertier
Omdat kinderen nu eenmaal meer vakantie hebben dan hun ouders, is het soms een beetje puzzelen: een zee van tijd die opgevuld moet worden met eigen vakantie, logeerpartijtjes bij oma's en opa's, andere activiteiten.
Deze week gaat Groot Ventje voor de allereerste keer naar een vakantie-activiteit. De hele week staat in het teken van ridders en kastelen, en elke avond krijgen we een dolenthousiast Ventje thuis. Ze hebben al metershoge kartonnen kastelen gemaakt en beschilderd, helmen en harnassen in elkaar geknutseld, zelfgemaakte schilden versierd met snoepjes, vaandels en wimpels beschilderd, en allerlei ridderlijke spelletjes gespeeld. Morgen staat er middeleeuws koken op het programma, een heuse ridderspeurtocht en daarna gaan ze leren dansen voor de koning, hun geliefde uitwuiven en... dramatisch duelleren. Wat zou ik graag een vlieg zijn, daar in dat kleuterridderparadijs.
Feest!
30.3.07
Heerlijk licht
Een jongetje en zijn vriendinnetje vervelen zich. 'Gelukkig' vindt Ester een dode hommel. De kinderen besluiten het dier een heuse begrafenis te geven, met kruis en bloemen, en een gedicht, want dat hoort erbij. En Putte, het broertje van Ester, kan goed huilen, dat is ook meegenomen. Na die eerste begrafenis hebben ze de smaak te pakken en richten een Begrafenis BV op voor alle dode dieren. Met een begrafeniskoffer gaan ze op pad. Haringen uit de koelkast, muizen uit de muizenval, een egel, 'net een groot, plat, mislukt brood', en een platgereden haas: elke begrafenis wordt even serieus genomen. Als ze op het eind van de dag moe en tevreden naar huis gaan, vliegt er een vogel tegen het raam. Plots wordt de wereld van hun spel werkelijk, en die realiteit grijpt hen sterk aan. En de volgende dag? Toen 'hadden we het druk met iets heel anders'.
De mooiste begrafenis van de wereld van Ulf Nilsson en Eva Eriksson is een heerlijk licht en humoristisch prentenboek over dood en begraven. Tegelijk is het een schitterend verhaal over het spel van kinderen, over de kracht van hun fantasie, over hun naïeve relativisme. De titel klinkt niet bepaald opbeurend, het schutblad staat vol grafkruisjes, maar toch wordt dit boek nooit zwaar op de hand, integendeel. De toon is luchtig, en de mooie, eenvoudige tekeningen bevatten tal van humoristische details en knipoogjes. Mooi!
29.3.07
Scheldwoord
Wanneer Grote Ventjes naar school beginnen te gaan, sluipt een vreemd taalgebruik het huis binnen. Dingen zijn plots cool (desgewenst keicool) of stom, en als iets niet zint of als de argumenten op zijn, volgt wel eens een scheldwoord of een schrikbarend dreigement. 'Dan prik ik jou met mijn zwaard!' Of: 'Dan dan dan... dan speel ik nooit meer met jou!' En als dat geen indruk maakt: 'Dan speel ik nooit meer met Klein Ventje!'
We kijken van weinig nog op. Maar vanavond dus wel. Groot Ventje is met Mijn Liefste verwikkeld in een zoveelste discussie over wat wel en niet flink is voor een Groot Ventje en wat de gevolgen daarvan zijn. Als al zijn argumenten op zijn, hapt Groot Ventje even naar adem, kijkt Mijn Liefste aan en zegt: 'Jij, jij bent een communist!'
28.3.07
Contentement
Klein Ventje komt thuis met een kroon op zijn hoofd, enkele ballonnen en een pak dat haast groter is dan hijzelf, in blauw cadeaupapier. Hij lacht en brabbelt en wijst en scheurt het papier van het pak. Een mooie kiepwagen komt tevoorschijn.
Tante I., zijn onthaalmoeder, heeft Klein Ventje in de bloemetjes gezet. In zijn heen-en-weerschriftje lees ik wat een fijne dag het was, met feest en ballonnen en dansen en zingen en vanillepudding en appelcake en heerlijke momenten buiten in het zonnetje: 'Hij kraaide van plezier en sprong letterlijk omhoog van contentement.'
Ik glimlach. Ook mij overvalt een gevoel van contentement. Tante I. is een onthaalmoeder uit de duizend. Oprecht bekommerd, lief, warm, met een hart voor kinderen - Klein Ventje heeft het goed getroffen.
Klantenlokking
Als mama van een Groot en een Klein Ventje probeer ik de aanbiedingen van winkels als Hema en Blokker en Aldi in de gaten te houden. Zit er iets leuks tussen, dan is snel zijn vaak de boodschap, weet ik. Voor het houten Hema-keukentje heb ik destijds drie filialen gedaan voor ik er een vond. Voor zo'n mooi afgewerkt fornuisje, dat elders vier, vijf keer zoveel kost, had ik dat wel over.
Eergisteren zag ik in de folder van Aldi dat vanaf vandaag Cars-artikelen verkocht werden. Cars is een Disneyfilm met tal van pratende auto's en een grote hit bij Groot Ventje en zijn vriendjes. Een dekbedovertrek van Cars leek me wat te veel van het goede, maar misschien een zomerpyjama? En dus stond ik vanochtend om twintig voor tien, de winkel ging open om negen uur, in de Aldi. Er heerste een drukte van jewelste. Geen probleem, dacht ik, die komen allemaal voor die computer die in promotie is, een koopje. Ik keek nog eens. De drukte van jewelste was voornamelijk vrouwelijk. Ze was opgewonden, vastberaden, verbeten. Ze graaide in bakken waar geen grote dozen met computers in lagen, maar kleine spullen. Ellebogen versperden de weg, handen gristen en trokken, de inhoud van de bakken slonk zienderogen. Voor me stond een meute moeders en grootmoeders, er was geen doorkomen aan.
Twintig voor tien op de eerste ochtend van de aanbieding, en geen Cars-artikel meer te zien. Geen dekbedovertrek, geen pyjama, geen ondergoed, zelfs geen sok. Ook niet in een ander filiaal, een dik kwartier later.
Bedrieglijke klantenlokking heet zoiets, en ik was vastbesloten daar niet in te trappen. Ik maakte van mijn hart een steen, negeerde de andere aanlokkelijke aanbiedingen, ze zouden me niet hierheen gelokt hebben om me iets anders te laten kopen.
27.3.07
Eén
Eén jaar geleden lag hij dicht tegen mij aan geknuffeld nieuwsgierig rond te kijken, terwijl ik mijn neus begroef in zijn donkere haartjes, instantaan verslaafd aan de warme zoete geur van mijn nieuwe minimensje.
Vandaag worstelt hij zich los uit mijn armen, om meteen koers te zetten naar een verboden doch zo aanlokkelijke plek (de boekenkasten van mama, de video, de computer...), zet hij zijn knietje op al wat van veraf enigszins stabiel lijkt om zo hogerop te raken, brabbelt hij er de hele dag op los, en graait hij met een enthousiaste kreet naar zijn verjaardagscake, die hij vervolgens glunderend in zijn mondje propt.
26.3.07
Dom
Groot Ventje zeurt om een derde chocoladekoek.
Ik houd voet bij stuk, straks moet er warm gegeten worden, en met een buik vol koeken gaat dat nu eenmaal niet zo goed. 'Je weet toch dat je ook andere dingen moet eten dan koekjes?' Groot Ventje: 'Ja, groentjes en fruit en vlees en aardappelen. Ik weet dat, hoor, maar mijn buik weet dat niet. Die denkt dat hij alleen koekjes nodig heeft. Dom hé, van mijn buik?'
24.3.07
Onvergetelijk
Eind jaren vijftig. In een afgelegen en ingeslapen vissersplaatsje, waar het leven de gang gaat die het al eeuwen gaat, duikt plots een vreemde jongen op: Josja Pruis. Josja, die in het havenstadje bij een pleegmoeder terechtkomt, is anders, gedraagt zich anders, beweert dat hij een Siamese tweeling is - alleen kun je dat aan de buitenkant niet zien, hij heeft één lichaam, maar twee stel hersens, die van hem en die van zijn broer.
Het verhaal begint wanneer Josja weer verdwenen is. Homme, de enige die echt contact met hem heeft gemaakt, probeert, aan de hand van zijn eigen herinneringen en van Josja's aantekeningen in het Rode Marmerboek, en met de hulp van vriendinnetje Ada, te reconstrueren wat er gebeurd is. Zo ontstaat stilaan het beeld van een ontmoeting die een onuitwisbare indruk op ze heeft gemaakt. Wat er is gebeurd, zullen ze nooit vergeten, Josja, die meer raadsels en vragen opriep dan hij er beantwoordde, al evenmin. Het verhaal, dat uit hun herinneringen wordt geweven, is er een van een een bijzondere vriendschap, maar ook van een diepe eenzaamheid, een schets van ongewone jongen, een inkijkje in een ongewone geest, een kreet die lang blijft nazinderen . Het is gedrenkt in geheimzinnigheid en mysterie, die niet helemaal verdwijnen wanneer de puzzelstukken langzaam in elkaar vallen. De climax van het verhaal snijdt je werkelijk de adem af.
Een onvergetelijk personage, een onvergetelijk verhaal - niet alleen door het personage, het verhaal, maar ook door hoe Harm de Jonge het vertelt, sober, direct, maar met woorden die even dwingend zijn als de blik van Josja Pruis, er is geen ontkomen aan, en prachtig gecomponeerd, geen detail staat er zomaar, alle stukjes passen wonderwel in elkaar.
Een boek in de beste traditie - die van De tolbrug en Jan mijn vriend. Het laat me niet los.
22.3.07
Begin
Groot Ventje en het begin van taal, dat is een vreemd verhaal. Brabbelen deed hij niet, en de woordjes die eruit kwamen, waren ook echt perfecte woordjes, klok was klok en gras was gras, en voor we het wisten werden ze aaneengeregen tot zinnetjes.
Klein Ventje brabbeblt al maanden dat het een lieve lust is, en trakteert ons nu op ware babywoordjes. Da (daar/dat). Kijk. Pak. Het hoeft niet per se perfect, mama en papa reageren op de gewenste manier en dat is toch wat telt?
20.3.07
Coup de foudre
Coup de foudre: L'Eléphant et la Souris, een kartonboekje van Francesco Pittau en Bernadette Gervais. Een warm liefdesverhaal, verrassend uitgewerkt, origineel getekend, kortom, de bekende Pittau & Gervais-kwaliteit.
Blokkenstad
Plaats van het gebeuren: kunstenhuis Pantalone, verborgen achter een statige gevel op een verrassend rustig plein in het hartje van Brussel. Vijfentwintigduizend blokken, in hout en kleurige kunststof, klein en groot: Groot Ventje keek zijn ogen uit, zocht een plekje tussen de bouwwerken die andere bezoekers hadden achtergelaten in deze kleurrijke en immer veranderende blokkenstad en ging aan de slag. Ondertussen leefden ook de grijpgrage handjes van Klein Ventje zich uit.
Het was niet onze eerste kennismaking met de producties van Pantalone (Klein Verhaal over Liefde koester ik voorgoed, met dank aan Filip en Katrien), wel met het kunstenhuis. Een plek waar we nog vaak hopen te komen.







