Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.
Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.
Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.
Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.
Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.
And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.
(Dylan Thomas)
Soms gaat het licht langzaam, haast onmerkbaar uit.
Soms is het nauwelijks bespeurbaar, het moment waarop de schemering duisternis wordt.
Soms is het goed zo.
26.9.06
Duisternis
Bijzondere beesten

Ik heb niks met dieren.
In de dierentuin zijn ze wel aardig om naar te kijken, dichterbij hoef ik ze niet. Een huisdier moet gevoed, verzorgd, vertroeteld, uitgelaten en ook nog eens opgevangen worden als je er niet bent. Doe mij dan maar twee Kleine Ventjes. En kleiner... nee, van insecten krijg ik helemaal de kriebels.
Het vooruitzicht van een Nederlandse kinderboekenweek rond het thema dieren deed mijn hart dan ook niet echt sneller kloppen.
Tot ik vorige week Bibi's bijzondere beestenboek van Bibi Dumon Tak in handen kreeg. Het zag er prachtig uit, met die heerlijke illustraties van Fleur van der Weel, en na wat bladeren en snuisteren verhuisden boek en ik naar de bank.
Veertig dieren beschrijft Bibi Dumon Tak, veertig 'bijzondere beesten'. Ik ben al meteen gewonnen als ik het tweede stukje lees, over het zeepaardje.
Een sprookjesdier, daar lijkt het op. Een verzonnen beestje. Alsof iemand ooit begon te tekenen en dacht: ach, vandaag maak ik maar eens een onderwaterpaard. Een onderwaterpaard met stekeltjes in plaats van manen. Met een rugvinnetje in plaats van benen. Met een krullerige grijpstaart, rollende oogjes en een sierlijke nek.
Maar er zat niemand te tekenen. Zoiets geks als een zeepaard kun je namelijk niet verzinnen. Echte dingen zijn vaak raarder dan verzonnen dingen.
Bibi Dumon Tak doet iets heel bijzonders in dit boek: ze laat de lezer op een originele, verrassende manier naar dieren kijken. Dat doet ze door op een speelse, humoristische, prikkelende manier bijzondere weetjes te vertellen over bijzondere beesten, prieelvogels die hun nest zo versieren dat ik meteen aan het googlen ga om zo'n bouwwonder te zien, zebra's met unieke streepjescodes, hagedissen die over water kunnen wandelen. Een bijzonder boek, heerlijk lees- en binnenkort vast ook voorleesvoer!
25.9.06
Afscheid
Zacht en snel is het gegaan.
Verwacht, maar toch overrompelend.
Ik word overspoeld door herinneringen.
Voortaan zullen het altijd herinneringen zijn.
Rust zacht, opa.
Mmm
In de auto praat Groot Ventje met me over denken, over wat dat is.
Ik vraag: 'Waarmee zou je dat eigenlijk doen, denken?'
Groot Ventje: 'Met je mondje misschien?'
Ik: 'Met je mondje kun je praten. Maar zou je ook kunnen denken zonder te praten?'
Groot Ventje: 'Ja, dat kun je wel. Maar dan zeg je wel m.'
Ik: 'M?'
Groot Ventje: 'Ja, zo van mmmmmmm, ik denk het wel.'
17.9.06
Hé nee
Ook Klein Ventje ontdekt Hé nee & wel ja.
Van op mijn arm wriemelt en wroet hij zich in de richting van het kleurrijke boek.
Als ik het neem en voor hem houd, opent zijn gezichtje zich in een lach.
Hij grijpt ernaar, hij grijpt naar de kippen op de cover, en zijn lach slaat om in boosheid.
Hé nee.
Dat eendimensionaal niet zo samengaat met pakkehandjes, dát moet hij nog leren.
15.9.06
Knuffellief
Ik haal Groot Ventje van school.
De rit naar huis wordt stilaan een heilig mama-ventjemoment, waar ik elke keer weer van geniet. Ons moment.
Vandaag stapt hij in de auto, gaat in zijn autostoel zitten, steekt zijn armen naar me uit.
'Mama?'
'Ja, Groot Ventje?'
'Ik vind jou lief!'
'Ik vind jou ook lief,' zeg ik, al half gesmolten.
'Ik vind jou héél lief!'
'En ik vind jou ontzettend lief!'
'En ik vind jou superlief!'
De glimlach die bij mijn mond begon heeft ondertussen bezit genomen van mijn hele lichaam.
'Ik vind jou fantastisch lief!' zeg ik.
'En ik vind jou knuffellief!'
De hele rit terug lijkt mijn auto vleugeltjes te hebben.
Wel ja

Filip Peeters' enthousiasme heeft me aangestoken.
Ik haal Hè nee & wel ja weer uit de kast, trek Groot Ventje dicht tegen me aan en begin voor te lezen. 'Wat een prachtige dag,' zei de zwarte kip 's morgens vroeg. 'Kom, we gaan erop uit.' Meteen zit ik weer in dit heerlijke verhaal over de vrolijke zwarte kip en de immer zwartgallige witte kip. Ook Groot Ventje gaat erin op. 'Nog een keer!'
Dan zie ik in de mand met speeltjes van Klein Ventje twee pluchen beesten liggen, Ikea-creaties met draakallures maar ook kippentrekjes. Perfect. Groot Ventje wil wit. Ik blader opnieuw door het boek met de prachtige prenten van Rotraut Susanne Berner, maar ditmaal lees ik niet, we spelen het verhaal. Bij elke 'Hè nee' wordt Groot Ventje enthousiaster. En ik, ik geniet.
12.9.06
Alles uit de kast
Op één loopt een maand lang een boekenprogramma, Alles uit de kast. Een boekenprogramma op tv, op de zender voor een breed publiek, op een nog aangenaam uur, met een populaire presentator en populaire gasten, en dat alles niet één maar vier keer per week: wie had dat ooit durven dromen?
Of dit nou de ideale formule is, of dit het summum van leesbevordering is, of het programma een ruim publiek bereikt, of er ook maar één iemand meer die avond naar een boek grijpt? Ik weet het niet. Zelf vind ik het in elk geval een fijn programma om naar te kijken.
Gisteren verscheen er een glimlach op mijn gezicht toen acteur Filip Peeters als bijzonderste boek Hé nee & wel ja mee had, maar het niet in de kast plaatste, omdat zijn tweejarige dochter er niet zonder kon. Altijd fijn als een mooi boek even in de schijnwerpers geplaatst wordt.
9.9.06
Feodoor

Feodoor heeft zeven zussen,
zeven grote drukke zussen.
Daar zit Feodoor dan tussen.
Nou, ik geef het je te doen.
Zo begint Feodoor heeft zeven zussen van Marjet Huiberts, met illustraties van Sieb Posthuma. Gisteren hebben Groot Ventje en ik erin zitten lezen en kijken, en wat een feest was dat.
Zeven grote zussen, dat is bezorgdheid, bemoeizucht en betutteling in zevenvoud. Zeven keer ingestopt, eenentwintig nachtzoenen, zeven appeltjes en eenentwintig Donald Duckjes als hij ziek is, zeven thermometers in zijn mond, en zeven plunjezakken als hij gaat kamperen. Maar als Feodoor jarig is, dan is het feest. Zevendubbel feest!
De verzen in dit boek lezen meestal erg lekker, af en toe loopt er eens een zin mank, maar dat kan de voorleespret nauwelijks drukken, zo aanstekelijk zijn de herhalingen en de overdrijvingen waar de tekst bol van staat. Die overdrijving heeft Sieb Posthuma prachtig weten te vatten in zijn illustraties. Dat zeven zussen van het goede te veel is, spat op een humoristische en uitbundige manier van de pagina's af.
Een lees- en luister- en kijkfeest was het gisteren. En dat zal het met dit boek nog wel vaker zijn, vermoed ik.
25.8.06
Kriebelkraamcadeau
De kraamvisite van vanavond had een piepklein, dieprood envelopje mee. Er plakte nog een kleiner stickertje op, dat verraadde wat ging komen. Een boekenbon bij een goede kinderboekenwinkel. Mijn handen kriebelen, mijn gedachten fladderen alle kanten op, wat zal het worden? Een lekker knisperend boekje voor Klein Ventje? Een kijkboek om in te verdwalen voor Groot Ventje? Een prentenboek met een verhaal dat ook mij verrast? Gedichten met een ritme dat zich als vanzelf laat voorlezen?
Eén boek staat al vast. Al dagen zoek ik me rot naar mijn oude uitgave van Wij gaan op berenjacht van Helen Oxenbury. Binnenkort kan ik eindelijk met Groot Ventje op berenjacht, zwieperdezwiep… flapperdeflop… struikeldestruik… Ik kijk er al naar uit.
24.8.06
Nieuwe wereld
Klein Ventje weet het nog niet, maar een hele nieuwe wereld staat op het punt voor hem open te gaan.
Gisteren, vier dagen voor de vijfmaandenmijlpaal, dag op dag even oud als Groot Ventje destijds, verbaasde hij ons met tellenlang alleen rechtop te zitten. Helemaal los. Vandaag heeft hij de onthaalmoeder verrast met zijn nieuw verworven kunde. Nog even en hij zit op de grond, met voor en naast en achter hem kleurrijke speeltjes, pakklaar voor grijpgrage handjes. Een hele nieuwe wereld.
18.8.06
Papierig
Groot Ventje krijgt 's avonds Pluk van de Petteflet voorgelezen.
Pluk gaat met de Stampertjes naar zee.
Overmorgen gaat Groot Ventje naar zee.
'O, wat leuk, misschien kom je Pluk wel tegen,' zegt mijn Lief.
'Dat kan toch niet, papa, Pluk die is niet echt. Die bestaat alleen in boeken.'
Groot Ventje zwijgt even. Dan zegt hij: 'Wij hebben een echte zee. Pluk heeft geen echte zee.'
'Nee?' vraag ik.
'Nee,' zegt hij, 'die heeft een papierige zee.'
10.8.06
Tien augustus, halftwaalf
Tien augustus, halftwaalf, de avond zit er bijna op. Ik heb broodpudding gebakken met Groot Ventje, ik heb met Klein Ventje in mijn armen geluisterd naar mijn Lief die aan Groot Ventje Pluk van de Petteflet voorlas, ik heb in de armen van mijn Lief een stuk van The Cider House Rules gekeken.
Tien augustus, halftwaalf, vier jaar geleden. Dansten we, op dat sobere liedje Is It Okay If I Call You Mine? Zetten we het mes in de toren van chocoladetaarten? Stonden we verlekkerd te kijken naar het dessertenbuffet vol kaarslicht en lekkers dat we nog even onaangeroerd wilden laten? We straalden. Elke keer dat we naar elkaar keken, was het goed.
Tien augustus, kwart voor twaalf. Het is goed. En warm. En lief.
9.8.06
Nog eventjes
'Doe nou eens rustig,' hoor ik de stem van mijn Lief in de keuken, 'blijf nu hier bij me, niet meer wegrennen.'
Groot Ventje komt naar me toe gerend: 'Mama, je bent zo lief.'
En weg is hij alweer, terug naar de keuken.
'Had ik je niet gezegd te stoppen met rennen?' hoor ik weer mijn Lief.
Groot Ventje: 'Maar ik had mama vandaag nog niet gezegd dat ze lief is. Dat moest ik nog eventjes gaan doen.'
8.8.06
Verdiend
7.8.06
Wegbeschrijving
Gisteren, in de dierentuin. We waren net bij de kinderboerderij geweest, Groot Ventje had heen en weer gehold om toch maar alle geitjes een aai te geven, we stonden nu bij de yak ('Dat lijkt wel een hele grote geit, mag ik die ook aaien?'. Naast ons vertelt een papa aan zijn kinderen: 'Nu gaan we naar de geitjes.'
Groot Ventje loopt naar hem toe, met de vriendelijke informatie: 'De geitjes zijn die kant op.'
De papa knikt lachend, het gezin gaat die kant op.
Groot Ventje komt weer naar ons gelopen, bedenkt zich, gaat de familie achterna, we kunnen nog net horen wat hij zegt: 'Naast de flamingo's.'
Uit eten
Zaterdagavond zijn we, na een moeilijke zwangerschap en een kraamtijd waarin mama's hun Klein Ventje het liefst zo dicht mogelijk bij zich hebben, weer eens gaan uit eten.
Geen snelle hap in het kindvriendelijke restaurant naast de supermarkt want 'dan hoeven we alvast niet meer te koken vanavond', geen Zweedse gehaktballetjes bij Ikea want 'daar hebben ze zulke leuke speeleilandjes', geen blik op de menukaart van 'wat zou er het snelst klaar zijn?'.
Nee, zaterdagavond gingen we Uit Eten, met hoofdletters. Alleen mijn Lief en ik, in een heus restaurant, met de tijd om te twijfelen tussen gerechten die een volwassen smaakpalet kunnen bekoren, de tijd om in alle rust een voor-, hoofd- en nagerecht te kunnen eten, de tijd om ongestoord met elkaar te praten.
Gespreksonderwerp met stip op één: Groot Ventje en Klein Ventje.
2.8.06
Kleertjes
Wekenlang heeft Klein Ventje door de hitte alleen maar een rompertje gedragen en heel, heel af en toe een T-shirtje. Heerlijk spelen was het met die tien teentjes, daar helemaal aan de andere kant.
Vandaag was het koud, en dus tijd voor een broekje en kousjes. Wel een uur lang heeft Klein Ventje in opperste verbazing naar zijn voetjes zitten kijken. Waar waren die leuke speeldingetjes nu gebleven?
Parel
Eerder deze week las ik dat Bart Moeyaert, met de Duitse vertaling van Broere, de overstap maakt naar de Duitse kwaliteitsuitgeverij Hanser. Heel goed, dacht ik, denkend aan al het moois dat ik jaar na jaar op de stand van Hanser in Bologna zag.
Nu lees ik dat het boek, nog voor het officiële verschijnen, eind deze week, al is onderscheiden met een Luchs, een gezamenlijke prijs van het kwaliteitsweekblad Die Zeit en Radio Bremen voor opmerkelijke boeken. 'Je hebt geen hele roman nodig om over de wereld te vertellen. Miniaturen zoals Moeyaert ze schrijft kunnen volstaan', schrijft juryvoorzitter Konrad Heidkamp in de recensie van Brüder die in Die Zeit verscheen. 'Moeyaert is de meester van het weglaten.'
Het is altijd fijn als pareltjes ook door anderen, ook door buitenlandse anderen opgemerkt worden.
Achteruit
Groot Ventje en voertuigen, dat rijmt, al lang.
Gisteren passeerden ze nog eens allemaal de revue, met een flinke schep gekheid erbovenop.
'Auto's die vliegen, dat kan toch niet!'
'Helikopters die op voetjes stappen, dat zou gek zijn!'
'Boten die in bomen varen, dat is gek!'
Ik zei: 'Ja, dat zou gek zijn, want boten hebben water nodig om vooruit te komen.'
Groot Ventje, opeens ernstig: 'En wat hebben ze nodig om achteruit te varen?'
Bij vooruit hoort achteruit, zo simpel is dat.
1.8.06
Gruwelijk

Gruwelijk is het, Gregies eeuwigdurende sprookje over een ventje dat kapotgepest wordt, letterlijk. Gruwelijk, confronterend, schrijnend, beklijvend. De woorden zijn schaars, met zorg gekozen, en o zo doeltreffend. Als woorden mensen een geweten kunnen schoppen, dan misschien deze. Vlijmscherp zijn ze, nietsontziend, meedogenloos. Ik ken het verhaal door en door, maar nog altijd legt Juul een knoop in mijn maag. Nog altijd schudt het me dooreen zoals maar weinig boeken dat ooit hebben gekund. Chapeau Gregie, nog een keer.
En altijd ook krijg ik het warm van dit boek. Van dat ene zinnetje vooraan, in dat zo kenmerkende handschrift. Omdat plagen liefhebben betekent. Dank je Gregie, nog een keer.
31.7.06
Gregie
Ik lees het weblog van Ted van Lieshout, mijn adem stokt.
Acht jaar alweer.
Acht jaar is het geleden dat Gregie de Maeyer overleed.
Meteen komen er herinneringen boven, herinneringen aan een onwezenlijke week.
Van het ontstellende telefoontje tot het hoogzomerse afscheid in die weide in Kruibeke.
Een nachtelijke hemel, de stilte van het platteland, en toen vuurwerkpijlen die door de hemel knalden en sisten, de immense donkerte in. Dag Gregie. Uitdovend vuurwerk, stilte, tranen, een weide vol emotie. En toen, kippenvelmoment, zijn zoon die de Last Post blies.
Ik draag het moment mee. Ik draag hem mee.
Morgen haal ik Fietsen uit de boekenkast, en Uit de put, en Juul.
30.7.06
Ongelooflijk
Ik zit te werken, Groot Ventje komt mijn werkkamer binnengerend. 'Mama, mama, papa gaat een treinbaan maken die van het tafeltje zo naar beneden naar de stoel en dan naar de grond gaat.'
Ik: 'Dat geloof ik nooit, dat papa dat kan.'
Groot Ventje rent naar papa, komt terug: 'Mama, je bent een ongelooflijke Thomas.'
