24.9.07

Zo dichtbij en toch zo ver

Vorige week was ik twee dagen in Amsterdam.
Ik had een lang en boeiend gesprek met Aidan Chambers over zijn nieuwe roman This is all.
Ik ving een glimp op van de proeven van het nieuwe, zeer intrigerende boek van Ted van Lieshout.
Ik genoot van het panoramisch uitzicht van op de zevende verdieping van de Oba, , de Openbare Bibliothee Amsterdam.
Ik ergerde me aan de ongeïnspireerde toespraak van de directeur van de Oba.
Ik genoot van het sprankelde interview van Edward van de Vendel met Aidan Chambers.
Ik dronk lekkere wijn, praatte met oude bekenden en nieuwe gezichten.
Ik sliep in een huis vol herinneringen.
Ik las brieven van Lytton Strachey.
Ik ontbeet met een dierbare vriend.
Ik liep in de nog frisse ochtend over de grachten.
Ik praatte lang met Marit Törnqvist over haar herinneringen aan Astrid Lindgren.
Ik kuierde door de negen straatjes, vol leuke winkels.
Ik at een lekkere pasta en een al even lekker slaatje in La Ruche en verbaasde om zoveel gezond lekkers in een selfservicerestaurant.
Ik liep door de Bijenkorf, zag een en ander moois, maar zag op tegen een nog zwaardere koffer.
Ik kocht lekkere bonbons.
Ik wandelde nog even langs de gracht.
Ik ging niet naar het Rijksmuseum om even naar mijn favoriete Rembrandt te kijken.
Ik liep niet binnen bij Athenaeum.
Ik at niet met gekoesterd gezelschap bij Prego.
Ik haalde geen gebak bij Pompadour.
Ik wandelde niet door de Jordaan, op zoek naar een leuke eethuis.
Ik ging niet langs bij de English Bookshop.
Ik at niet bij Toscanini.
Ik sloeg geen voorraadje vla in bij Albert Heyn.
Ik kocht geen mooie papiertjes en schriftjes en agenda's bij Cortina.
Ik wandelde niet zomaar wat door de stad.
Ik liep niet binnen bij boekhandel Vrolijk.
Ik ging niet op zoek naar mooie oude spullen op de Noordermarkt.
Ik moet terug.
Ik móét terug.

17.9.07

Ondergedoken



Ik las This is all, het sluitstuk van Aidan Chambers' indrukwekkende Dance Sequence, toen Klein Ventje onder mijn hart woonde. Terwijl Cordelia Kenn haar leven in woorden goot, bedoeld als cadeautje bij de zestiende verjaardag van haar nog ongeboren dochter, legde ik mijn hand op mijn opbollende buik.
Nu herlees ik dit achthonderd pagina's dikke meesterwerk, ik duik onder in het magistrale verhaal, in de meesterlijke vertelling, en voel de vragen in me opborrelen die ik Aidan wil stellen. Een interview waar ik naar uitkijk.

16.9.07

Duizend

Half september, in de Hema verschijnt het eerste sinterklaassnoepgoed in de rekken.
Megazakken vol lekkers, goed om de periode half september-6 december probleemloos te overbruggen, trekken de aandacht van Groot Ventje.
Dat we niet altijd alles kunnen kopen, leg ik uit, en dat we in de supermarkt al veel lekkers hebben gekocht, en dat hier al speelgoed in ons mandje ligt, en dat zoveel snoep niet gezond is.
Het maakt geen indruk.
'Als ik later groot ben, dan... dan koop ik duizend zakken snoep,' zegt Groot Ventje vol overtuiging. 'Voor míjn kindjes,' voegt hij eraan toe.

Puzzel



Klein Ventje heeft een voorbeeld, een groot voorbeeld, naar wie duchtig opgkeken wordt.
Alles wat Groot Ventje doet, wil hij ook doen, niet gehinderd door enig verschil in leeftijd, handigheid of ervaring.
Al maanden steekt het gepuzzel van Groot Ventje hem de ogen uit. Maar plots lijkt de klik gemaakt, en proberen zijn peuterhandjes gretig om stukken in elkaar te passen, mét succes.

13.9.07

Dertien september

Elf september, de datum staat in ieders geheugen gegrift.
Nog dieper staat in het mijne dertien september gekerfd.
Geen donderdag, zoals dit jaar, maar een vrijdag de dertiende, hoe kon het anders.
Zoveel jaren zijn eroverheen gegaan, maar de onwezenlijke sfeer kan ik nog steeds voelen.
Mijn vader die me aan school opwachtte, de geladen stilte in de auto, de hele familie verzameld rond het ziekbed, de gefluisterde, slechts half uitgesproken woorden, de ernst en de troost in de stem en de ogen van de dokter, het wachten op datgene wat we niet wilden dat zou komen.
Mijn liefste grootvader, mijn warme bompa, mijn eerste afscheid voor altijd.

Herfst in de tuin

11.9.07

Associatie



Tu me fais tourner la tête
Mon manège à moi, c'est toi
Je suis toujours à la fête
Quand tu me tiens dans tes bras

Je ferais le tour du monde
Ça ne tournerait pas plus que ça
La terre n'est pas assez ronde...
Mon manège à moi, c'est toi!

(Edith Piaf, Mon manège à moi)

La féte foraine #3 >< Lichtjes

La fête foraine #2 >< Nostalgie

La fête foraine #1

8.9.07

Overrompelend


Er zijn boeken waar je naar uitkijkt. Hun aankondiging doet je hart sneller kloppen.
Er zijn boeken waar je láng naar uitkijkt.
De boeken van André Sollie zijn er zulke.
Véél publiceert hij niet, maar wat er verschijnt, is raak. Elke keer weer.
De ingehouden vertelling in Wachten op Matroos, de warme poëzie vol hunkering in Het ijzelt in juni, het originele, voorleesfeestelijke Dubbel Doortje, het zinderende Nooit gaat dit over.
En nu is er Een raadsel voor Roosje.
Een overweldigend boek.
Nog voor ik erin begin te lezen, intrigeert het me. Doorheen het prachtig uitgegeven boek staat een reeks meisjesportretten. Steeds is een andere techniek toegepast: gouache, kleurpotlood, papiercollage, vetkrijtjes... Een staalkaart van Andrés kunnen, een meesterproef, schiet het door mijn hoofd. Adembenemend vind ik ze, de portretten. Ze zuigen de aandacht naar zich toe, ik blijf ernaar kijken.
Dan begin ik te lezen. Roosje mist haar grote, dode zus Pia heel erg. Op haar tiende verjaardag kreeg ze van Pia een schrift met tien zelfbedachte versjes cadeau. Vooraan in het schrift stond een raadselachtige opdracht: Een uit een. Tien uit tien. Roosje zal het zien. Kort na die verjaardag ging Pia dood. Roosje probeert haar met alle macht terug te halen, door haar portret te schilderen. Dat wil niet zo goed lukken. Ze probeert van alles: verf, potlood, viltstift... En intussen begrijpt ze nog steeds niets van het raadsel.
Het verhaal overrompelt me. In de loop der jaren heeft André Sollie, als illustrator, zijn grafische stijl uitgepuurd, herleid tot de essentie. Zijn schrijfstijl heeft dat uitgepuurde altijd al gehad, en ook in Een raadsel voor Roosje staat geen woord te veel. Er staan vooral de juiste woorden. Elk woord hoort precies daar waar het staat. Zo vertelt Sollie een aangrijpend verhaal van afscheid en rouw, maar ook van liefde en warmte, dat net door de zorgvuldige en trefzekere formulering ver van het tranerige en sentimentele blijft.
Bij het laatste portret hap ik naar adem. Het haalt me onderuit. Tegelijk vallen alle stukjes van dit wonderlijke boek op hun plek. Het verhaal, de gedichtjes van Pia, de portretten die Roosje probeert te maken, de illustraties van de auteur, alles grijpt op een wonderlijke manier in elkaar. Het verhaal is áf, tot in de kleinste details, alles klopt. Een prachtboek, dat nog lang na het omdraaien van de laatste bladzijde in mijn hoofd nazindert.

3.9.07

Woordenboek

Klein Ventje heeft een nieuwe favoriet: Het woordenboek van Muis van Lucy Cousins. Elke dag haalt hij het grote boek uit het rek, sjouwt ermee richting welwillende ouder en begint te trillen van opwinding als een van ons het boek openslaat. De ene keer benoemen we wat hij aanwijst, 'trommel, xylofoon, tamboerijn, trompet...', de andere keer zoekt hij wat wij noemen, 'zie jij een ster? maar waar zit die poes nou toch? kun jij een tijger vinden?'. En natuurlijk moet onder en achter elk flapje gekeken worden. Het plezier gaat eindeloos door.
De vrolijke tekeningen in felle, levendige kleuren maken er een aantrekkelijk aanwijsboek van. Alleen jammer dat er wat slordigheden in de vertaling geslopen zijn.

Groot

Een nieuw schooljaar, een nieuwe klas, een nieuwe juf.
Juf J. zat op haar gebruikelijke plekje bij de deur, om alle kindjes op haar eigen, warme wijze te verwelkomen, een vast ochtendritueel. Naast haar klaskonijn Stamper, die, indien nodig, menig ijs heeft gebroken.
Voor het eerst liepen we haar klas voorbij. Ik voelde een steek van heimwee. Groot Ventje liep doelbewust en enthousiast naar de klas van juf M., de klas van de 'grote kleuters'.Op naar groter, moeilijker, anders.
Kleine Grote Ventjes worden groot. En dat gaat snel, heel snel.

2.9.07

Cars

Groot Ventje is al maanden in de ban van Cars, de Pixar-tekenfilm-voor-kleine-en-minder-kleine-jongetjes-met-een-fascinatie-voor-alles-met-wielen. Dat is niet zonder gevolgen gebleven. Schreeuwerige Cars-dekbedden hebben we buiten de deur kunnen houden, maar de stralende lach die een Cars-bordje, een Cars-beker, een Cars-T-shirt, een stel Cars-onderbroekjes en nu een Ccars-boekentas en Cars-zwemzak op het gezicht van Groot Ventje weten te toveren, daar kan mijn moederhart niet aan weerstaan. Ook Klein Ventje, met zijn grenzeloze bewondering voor zijn meter hoge huisgenoot, is al geïndoctrineerd. Ziet hij ergens een van de autofiguurtjes uit de animatiefilm, dan begint hij opgewonden te wiebelen. Vandaag zaten we samen in een boekje te kijken, en bij elk vierwielig voertuig dat hij bespeurde, riep hij enthousiast: 'Kah!'

1.9.07

Oktober in september

1 september. Het schooljaar is nog niet begonnen wegens weekenddag, maar wat al wel begon: Groot Ventjes nieuwe kalender. Een scheurkalender van maan roos vis, die hem, met zijn huidige letter- en lees- en schrijffascinatie, op het lijf is geschreven. Elke dag een letterspelletje, het viel meteen in de smaak. Elke dag één, en slechts één, letterspelletje, dat vond hij al minder -als het aan hem lag was het hier nu al oktober.

Zaterdag bakdag

Vanochtend overviel me de zin tot bakken. Na wat bladeren in De cakes van Sophie, viel de keuze op de cake met geitenkaas en courgette. Makkelijk om te maken, tegen lunchtijd mocht hij uit de oven. Warm of koud: volgens Sophie Dudemaine kunnen haar hartige baksels op beide manieren gegeten worden. Dat wilden we even proberen. Een warm plakje bij de lunch, met een tomaatje en een rauwkostsalade erbij, en later op de dag een koud plakje dus. Warm is de cake alvast overheerlijk. Om te weten of hij koud ook lekker is, zal ik een nieuwe moeten bakken. Maar niet nu: ondertussen staan er een wortelcake met rozijnen en een vanillecake in de oven.

31.8.07

Eigen stem

Ongeveer een jaar geleden kreeg ik een erg fijn kraamcadeau. Toch duurde het tot vorige week voor ik het meenam naar de kinderboekenwinkel. Een van de boeken die ik kocht, is Ik en de koningin van Ted van Lieshout. Dat wou ik al een hele tijd hebben.
Naar een nieuw boek van Ted van Lieshout ben ik altijd benieuwd. Dat komt, denk ik, door zijn geheel eigen stem. Een stem die me doorgaans erg bevalt. Ditmaal duurde het, toegegeven, wat langer voor ik het boek in handen had, het is al een tijd verschenen.
De ik in dit humoristische kinderboek is een jongetje dat erg goed kan kleuren. het liefst met geel. Hij tekent dan ook het liefst de zon. Als er op een dag in de krant een oproep staat dat er een bloemenkind gezocht wordt, dat de koningin bij haar bezoek aan de stad, bloemen moet overhandigen, lijkt hem dat wel wat. Dat is dan erg jammer, volgens zijn vader, want ze oeken 'een onberispelijk kind van onbesproken gedrag', 'en dat ben jij niet'. De typische Van Lieshout-toon is meteen gezet. Toch waagt het jongetje erop, en als hij het uiteindelijk tot bloemenkind schopt, is zijn vader maar wat trots. Als de grote dag aanbreekt, loopt een en ander echter in het honderd. Pap is dan wel mooi vooraan gaan staan, met zijn fototoestel in de aanslag, maar dat als hij als vader van het bloemenkind zelf voor het boeket moest zorgen, dat wist hij niet. Op het moment suprême, waarover hij de hele nacht gedroomd heeft, staat het jongetje ineens met lege handen voor de koningin. In zijn zakken zit niets behalve een vuile zakdoek, een dropje - 'Maar ik kon de koningin toch geen dropje geven?' - en zijn gele kleurpotlood, 'Dat kon ik ook niet geven. Want hoe kan ik nou kleuren zonder geel?'
Op dat ogenblik culmineert het vrolijke, bij momenten hilarische en dan weer subtiel ironische verhaal in een verrassende en hartverwarmende finale. Als de koningin voor het bloemenkind staat en in een automatiscme haar hand uitsteekt, geeft hij haar het kleurpotlood. Er volgt een kort, nuchter maar veelzeggend dialoogje tussen vorstin en bloemenkind. ’s Nachts droomt hij over het voorval. In zijn droom schrijft de koningin in haar dagboek: ‘Vandaag heb ik een bijzonder kind ontmoet (…). Het had geen bloemen bij zich. Het wist waarschijnlijk/ dat ik al zevenduizend boeketten heb./ Het gaf me een geel kleurpotlood. Dat had ik nog niet. Maar nu wel. En ze schreef haar naam eronder./ Met geel.’
En de zon? Hoe moet hij die nu tekenen, zo zonder geel? 'Met groen zeker!' Maar ook daar vindt hij wat op.
Ik en de koningin vertelt een eenvoudig verhaal, tegelijk grappig, spannened en aangrijpend, waarin Ted van Lieshout als vanzelfsprekend zijn kunnen toont: op zijn geheel eigen manier schildert hij met veel gevoel voor humor, zowel situationeel als talig, en inlevingsvermogen een compleet Van Lieshoutiaans jongetje, dat van de auteur een heel authentieke, soms heerlijk naïeve stem meekrijgt en dat bladzijde na bladzijde een lach op je gezicht weet te toveren, nu eens een binnenpretje, dan weer een glimlach, of een schaterlach. In de beperking toont zich de meester, inderdaad: Van Lieshout heeft geen 'groot' verhaal nodig om een groots verhaal te vertellen.
De weinig doordeweekse illustraties, voor de gelegenheid uitgevoerd in zwart-wit met een warmgele steunkleur, passen er wonderwel bij. Het zijn bepaald niet de 'mooiste' prenten die ik ooit zag, maar ze geven de sfeer, de gevoelens, de humor treffend weer. Dat kan ook niet anders: ook de illustraties zijn op en top Van Lieshoutiaans.

29.8.07

Relatief

Groot Ventje heeft een schrift. Van Cars, zijn grote favoriet. Het schrift is omgedoopt tot zijn gedachtenschrijfschrift. Oudde mense ik zei ze graag, heeft hij net geschreven. 'Wat kan ik er nog bij vertellen?' vraagt hij. 'Misschien iets over oma en opa, die zijn toch al een beetje oud,' opper ik. 'Of over jullie,' luidt het laconiek. 'Jullie zijn toch ook al oud hé?'

27.8.07

Ofwel...


Als er een monster is geboren, kunnen er twee dingen gebeuren. Ofwel is het een 'verweg-in-de-wouden'-monster of een 'onder-je-bed'- monster. Als het een 'verweg-in-de-wouden'-monster is, dan is het verhaaltje uit. Maar als het een 'onder-je-bed'-monster is, dan kunnen er twee dingen gebeuren. Ofwel eet hij je op ofwel word je vriendjes met hem en neem je hem mee naar school. Als hij je opeet, is het verhaaltje uit. Maar als je hem mee naar school neemt, dan kunnen er twee dingen gebeuren... Enzovoort, enzovoort.
Laat het me maar meteen zeggen: de illustraties vind ik vreselijk. Daar komt nog bij dat de vormgever heeft willen spelen met de typografie, een poging die naar mijn smaak volledig ontaard is in veel te opvallende, schreeuwerige kernwoorden. De beste typografie is onzichtbaar, wie zei het ook alweer?
Ik had het boek dan ook bijna weggelegd. Dat heb ik gelukkig toch niet gedaan, want de tekst is érg leuk. Eigenlijk doet de opbouw een beetje denken aan een stroomdiagram: het verhaal kan steeds twee kanten uit. Bij de ene keuze is het verhaaltje uit, bij de andere volgt een nieuwe tweesprong. Een techniek die heel veel spanning oproept en benieuwd maakt naar hoe het verder zal gaan. Op het eind wordt er weer een monster geboren. En dan kunnen er natuurlijk twee dingen gebeuren... 'Dan is het verhaal weer bij het begin!' roept Groot Ventje, en hij vervolgt: 'Ofwel is het een verweg-in-de-woudenmonster, ofwel...'
Een heerlijk voorleesboek!

24.8.07

Kloppend

Het hart is een wonderbaarlijk iets. Onlangs zag ik een reportage over de groei van minimensjes in de baarmoeder. Eerst zijn er cellen, dan vormen die het begin van een hart, dat nog stil is, dan begint één hartcelletje plots te bewegen, waardoor de omringende celletjes ook aan het bewegen gaan. Een kloppend hartje. Bij een eerste, prille echo is het zien van die kleine pulserende beweging overweldigend. Het bewijs dat het liefste wat er is, bestaat. Klein nieuw leven, heel groot wonder.
Dat ieniemieniehartje klopt en klopt en klopt. Eerst volkomen autonoom, later gestuurd door de hersenen. En het blijft kloppen, etteloze miljoenen keren lang. Helemaal vanzelf.
En als het misgaat, is er de medische wetenschap. Die staat voor niks. De kunst van het snijden, en nu zelfs niet meer snijden, is zeer geperfectioneerd.
Maar als het een hart aanbelangt dat je dierbaar is, valt de vanzelfsprekendheid weg.
Dat het nog lang en lang en lang moge kloppen, mama.

23.8.07

Dag

Ik was een tiener, en ik genoot van zijn spitsvondigheid in Babylonië, ik lachte om zijn gekheid in Wedden Dat, ik werd warm vanbinnen bij de schijnbaar achteloze verwijzingen naar zijn Frank, tranen liepen over mijn wangen bij het toneelstuk Een nieuwe dood, uitgezonden op een ontieglijk laat uur, toen mijn ouders allang naar bed waren en ik het geluid zo zacht mogelijk had gezet.

In Amsterdam is vandaag afscheid genomen van een man die me tal van aangename televisiemomenten heeft bezorgd, een man vooral ook van wie ik me kan voorstellen dat hij een erg warm en fijn en bijzonder mens is geweest.

Dag Jos Brink.

Gewoon goddelijk (2)

Het mascarpone-ijs was ons zo bevallen, dat we nog wel eens iets in die aard wilden proberen. IJs op basis van mascarpone en chocolate chip cookies, bijvoorbeeld. Een voltreffer: het ijs lekker smeuïg en romig, de koekkruimels heerlijk krokant.

Nodig:
250 g mascarpone
250 ml volle melk
100 g lichte rietsuiker
150 g chocolate chip cookies, verkruimeld

Doe de mascarpone, melk en suiker in een kom en roer tot een gladde massa.
Doe het mengsel over in de ijsmachine en roer door tot het bijna bevroren is.
Spatel de verkruimelde cookies erdoor en ga door met roeren tot het mengsel volledig bevroren is.
Dat roeren wilde met de ijsmachine niet meer zo lukken toen de koekkruimels werden toegevoegd. We hebben ze er dus met de hand door geschept.

Bob de Bouwer

Groot Ventje knutselt een huis.

22.8.07

Poezenliefde

In tegenstelling tot zijn mama heeft Klein Ventje iets met poezen. 'Poe!' is een van zijn eerste woordjes, en als hij een van de buurtkatten door onze tuin ziet lopen, staat hij te wiebelen van opwinding. Zelfs zijn boekensmaak wordt er mee door bepaald.
Een van zijn favorieten van het moment is Ik heb geen tijd van Helen Stephens. Kleuter Katy roept dat het eten klaar is, maar poes Charlie heeft het veel te druk met spelen: hij regelt het verkeer, hij verkent als een ware astronaut de ruimte, verkleedt zich als monster... Zelfs de lekkerste poezenhapjes kunnen hem niet verleiden... Tot hij plots zijn maag voelt knorren. De prenten zijn kleurrijk, maar erg vlak, en zeggen me weinig - op een tweetal pagina's na, waar de compositie speelser en minder statisch wordt en enkele leuke details de aandacht trekken.
Klein Ventje laat zich duidelijk bekoren door de kleurenrijkdom en gaat op elke pagina enthousiast op zoek naar de poes, en vervolgens naar autootjes, neuzen, schoenen, olifante, giraffen...

21.8.07

Groot Ventje schrijft een brief

Groot Ventje is aan de keukentafel in de weer met papier, stiften, kleurpotloden. Nog een tekening voor aan de stilaan overvolle tentoonstellingsdraad in onze woonkamer of het al even volle prikbord in mijn werkkamer, schiet het door mijn hoofd. Voorzichtig suggereer ik dat hij misschien een tekening kan maken voor oma L., die vrijdag onder het mes gaat wegens hartproblemen. Als ik even later een blik over zijn schouder werp, glimlach ik. Hij heeft een blauw papiertje gekozen, oma's lievelingskleur. Dan kijk ik beter. Met grote ogen. Groot Ventje schrijft een heuse brief, helemaal zelf.