16.1.08

Klassieker in wording


Anderhalve millimeter is hij, en hij heeft mijn hart gestolen. Tobie Lolness. Pas dertien en op de vlucht voor een heel volk, zijn eigen volk. Nergens is hij nog veilig, overal, tot in de onderste takken van de boom, zitten ze hem op de hielen. En hij weet dat hij niet in hun handen mag vallen, want de straf zal vreselijk zijn. En dat allemaal omdat zijn vader, de grootste geleerde van zijn tijd, een opzienbarende ontdekking heeft gedaan over de boom waarin hun volk woont en dat geheim niet wil prijsgeven omdat het het voortbestaan van de boom in gevaar zou brengen.
Tobie Lolness. Op de vlucht is een onwaarschijnlijk mooi kinderboek. Het verhaal van Tobie - één, en dan nog een kleintje, tegen allen - is bloedstollend spannend, vol achtervolgingen die je hart sneller doen slaan, ongure types die je zelf niet zou willen tegenkomen, laat staan dat je Tobie in hun handen wilt zien vallen, nietsontziende speciaal daartoe gekweekte vechtmieren, geheimen van levensbelang, situaties vol uitzichtloosheid en wanhoop. Vol grote gevoelens ook - wraak, machtswellust, verraad, maar ook echte vriendschap en liefde. Een avonturenverhaal volgens de regels van de kunst, bovendien prachtig opgebouwd, waarbij je als lezer door het handige gebruik van tijdsprongen maar mondjesmaat te weten komt wat er aan de hand is. Timothée de Fombelle, die met Tobie Lolness debuteert (maar met zo'n naam natuurlijk móést gaan schrijven), toont meteen dat hij de regels van het vak, én de kunst, meer dan beheerst. Meesterlijk speelt hij de elementen van het genre uit, met veel gevoel voor actie - en met een naturel die je zelden tegenkomt.
Maar Tobie is meer dan een knap opgebouwd avonturenverhaal. Timothée de Fombelle (o-la-la, die naam) slaagt er tegelijkertijd in een hele wereld te scheppen. Een bijzondere, originele wereld, die hij tot in de kleinste details heeft weten uit te werken - op een bijzonder overtuigende manier. De eik als wereld: het is een fascinerend universum in miniformaat waarin alles, maar dan ook alles klopt. Fantasy? Ja, maar dan van de allerbovenste plank. Timothée de Fombelle (ik sluit mijn ogen en stel me hem voor als Philibert in Ensemble, c'est tout, inclusief débardeur en keurig kapsel) heeft een onvergetelijke wereld geschapen, veel origineler én veel authentieker dan het gros van de verzonnen werelden.
Maar Tobie is meer dan een duizelingwekkend goed fantasyverhaal. De eik waarin het boomvolk - Tobies volk - leeft alsof het de enige plek is waar leven is, vertoont erg veel trekjes van onze wereld. En heeft last van kwaaltjes en kwalen die verdacht veel op de problemen van onze aarde lijken. Het ruwsap dat Tobies vader ontdekt diep onder de schors en waarmee hij levenloze voorwerpen kan bewegen, maar dat hij niet wil prijsgeven aan de wereld omdat hij misbruik en uitputting vreest, de ongebreidelde machtswellust van Jo Mitch die alleen maar op winstbejag uit is, de angst en haat voor al wat anders is: de parallellen zijn voor een volwassen lezer duidelijk. En de boodschap is ook duidelijk, maar ligt er nooit te dik boven op.
En meer, Tobie Lolness is nog zoveel meer. Een boek vol gedachten die je zo in een doosje zou willen doen, bij gebrek daaraan staan er nu talloze potloodstreepjes in de marge. Een stilistisch pareltje ook, waarin alles zeldzaam zorgvuldig wordt uitgedrukt, met veel gevoel voor de poëzie van de taal - alweer zoveel streepjes in de marge. (En meteen ook een pluim voor de vertaalster, Eef Gratama, die van de Nederlandse vertaling óók een pareltje heet gemaakt.) En bovenal is het een portret van een hartveroverend schepseltje, gevoelig, teder, slim, sterk én kwetsbaar. Als we in de kinderliteratuur een nieuwe held nodig hebben, laat het dan Tobie zijn, held van één millimeter en een half!

5 opmerkingen:

KRuiMeL zei

Kijk, dat is pas een antwoord.
Drie hoeraatjes voor Karin
*holt met boekenbon naar de boekhandel*

Karin Kustermans zei

Heb je nog wat boekenbonnen Kruimel? Want er komen er nog een paar mooie ;-)

KRuiMeL zei

@Karin: Drie was de Kerstoogst. En ik wil ze wijs gebruiken

Anoniem zei

'k ga dat boek wel es lezen. Het staat klaar in de kast, maar voorlopig helaas geen tijd... Erg eh?

Aaah, nog mooie boeken? Hmmm, mooie boeken, daar is het altijd fijn op wachten...

Richard zei

Na juichende berichten zoals deze raakten mijn verwachtingen hooggespannen - of misschien zelfs een beetje overspannen.

Het boek viel me dus een beetje tegen. Ik ben het zeker niet eens met de stelling dat De Fombelle een universum heeft geschapen waarin alles klopt. De afgelopen dagen heb ik naar veel bomen gekeken en sommige dingen kloppen zeker niet, of zijn nauwelijks te verklaren. Dat vind ik irritant.

1. In een boom, hoe groot ook, kun je nauwelijks verdwalen. Als je op een tak staat en je gaat in de richting van dunner wordende takken dan kom je bij de bladeren; ga je in de richting van dikker wordende takken dan kom je bij de hoofdstam. Takken kruisen elkaar zelden en raken elkaar bijna nooit. Om van de ene tak naar de andere over te kunnen stappen moet er ontzettend weinig ruimte tussen zitten als je maar een paar millimeter groot bent.

2. De hoofdstam loopt vaak verticaal en een reis van de kruin naar de ondertakken is dus geen wandeling, maar een levensgevaarlijke afdaling langs een bijna loodrechte wand.

3. Een boom is een omgeving vol gevaren voor wie maar anderhalve millimeter groot is. De kans is groot dat je van een tak valt. In een regenbui zijn de druppels zo groot dat wanneer je geraakt wordt je zonder meer van de tak wordt gespoeld. Als het waait word je zo van een tak geblazen. Een landende vogel veroorzaakt zoveel luchtbeweging dat je ook valt. Een klauterende eekhoorn verplettert mini-mensjes bij bosjes. Allerlei vleeseters (vogels, maar ook insecten) zullen in zulke kleine wezens een heerlijk hapje zien. Het lijkt me dan ook onwaarschijnlijk dat een maatschappij zich kan handhaven in een boom. Al die rampen die naar mijn idee dagelijks zouden moeten gebeuren worden niet genoemd in het boek. Al valt Tobie twee keer en wordt hij door een vogel meegenomen.

4. Tobie en zijn vader zien de maan en de sterren, dus we mogen aannemen dat de andere boombewoners ze ook zien. Maar hoe kan het dan dat iedereen denkt dat de boom op zichzelf staat? Als ze om zich heen kijken moeten ze toch de omgeving van de boom zien? Het gras op de grond? Andere bomen? Of staat de eik helemaal alleen in een overigens verlaten vlakte?

5. In het boek worden veel vuurtjes gestookt. Maar hoe kun je vuurtjes stoken in een boom zonder dat de boom in brand vliegt?

6. De maatschappij leeft uitsluitend van wat de boom biedt. Maar hoe komen ze dan aan bijvoorbeeld lucifers en prikkeldaad?

7. En wat doet spiderman daar?

8. De steen van Tobie’s vader is uniek. Maar een steen voor mensen van dat formaat moet een korreltje van ongeveer 0,01 millimeter zijn. Dat is zo klein! De wind moet dagelijks stofkorreltjes van dat formaat aanvoeren.