31.1.08

Gedichtendag

28.1.08

Benedengemiddeld?


Vandaag zijn de longlists voor de Gouden Uil Literatuurprijs en de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs bekendgemaakt. De jury van de Literatuurprijs 'is zeer verheugd dit jaar een lange longlist te kunnen presenteren': 'De bovengemiddelde kwaliteit van de boekenproductie van 2007 heeft maar liefst 20 namen opgeleverd.'Mooi. Maar hoe zit het met de jeugdliteratuur? De jury komt met een historisch kort lijstje van slechts twaalf titels.

Midas Dekkers & Angela de Vrede – Botjes - Querido
Noëlla Elpers – Dolores – Van Goor
Hans & Monique Hagen, met tekeningen van Jan Jutte - Van mij en van jou - Querido
Martha Heesen – Watson - Querido
Marjolijn Hof – Oversteken - Querido
André Sollie - Een raadsel voor Roosje - Querido
Toon Tellegen - De almacht van de Boktor - Querido
Sylvia Vanden Heede & Thé Tjong-Khing - Vos en Haas, Koekkoek - Lannoo
Mieke Versyp, Sabien Clement & Pieter Gaudesaboos – Linus - Lannoo
Riet Wille & Geert Vervaeke - Waarom mijn handen geen schoenen willen - Lannoo
Floortje Zwigtman – Tegenspel – De Fontein
Floortje Zwigtman – Kersenbloed - Lemniscaat


Is hierop de logica van de Literatuurprijsjury van toepassing? De jury zwijgt zedig, maar je kunt er niet onderuit: twaalf is weinig, heel weinig.

24.1.08

Over Bert Anciaux, hoeden en petten en de AVI-terreur

‘Bert Anciaux leest op AVI-niveau’, zong Jan Simoen enkele maanden geleden nog in zijn onovertroffen ‘Ik wil een boek!’ op de wijze van Van het Groenewoud. Een aardig rijmgrapje, goed voor behoorlijk wat gemonkel en gegrinnik in de zaal.
Maar niet alleen Bert Anciaux, ook het merendeel van de Vlaamse en Nederlandse kinderen leest op AVI-niveau.
AVI – voor wie het zich net als ik ooit heeft afgevraagd: analyse voor individualiseringsnormen - is oorspronkelijk een systeem dat leerkrachten in staat stelt te beoordelen hoe ver leerlingen leestechnisch staan. Handig. Zó handig dat ook ouders ervan gebruik gingen maken. Met AVI heb je precies het juiste boek op het juiste moment, zo lijkt het wel.
Of niet?
'Dat is geen pet,’ zei Groot Ventje onlangs, toen hij een of ander eerstelezersboekje las en de tekening monsterde, ‘dat is een hoed, waarom staat daar dan pet?’
Tja, hoed is niet klankzuiver, denk ik dan, en dus draagt jan en alleman in die eerste boekjes een pet. Terwijl hij een ander boekje leest, erger ik me aan het stroeve ritme, de onnatuurlijke zinnen, het kunst- en vliegwerk om toch maar binnen AVI-zoveel te blijven.
Natuurlijk, er is ook veel moois of gewoon leuks geschreven op AVI-niveau. Sommige auteurs weten binnen de strenge beperkingen ware juweeltjes af te leveren. Maar de allesoverheersende aanblik is er een van maakwerk.
Dan denk ik aan wat Michael Morpurgo recent schreef in The Guardian: ‘Of course we must and should study literature in our schools, but first we have to imbue our children with a love of stories. […] We get ourselves all hot and bothered about the teaching of reading, about synthetic phonics and the like, and we forget that none of it is much use unless children want to read in the first place.’
Reading pleasure, daar gaat het om zegt hij. En gelijk heeft hij.
Maar krijg je plezier in lezen met die schier eindeloze stroom verhaaltjes die gedicteerd worden door een vooraf vastgelegd schema van te gebruiken klanken, gemiddelde zinslengte, gemiddeld aantal lettergrepen per woord en gemiddeld aantal letters per woord?
Groot Ventje is een boekenkind, laat dat duidelijk zijn. Hij wordt graag voorgelezen, en steeds vaker zien we hem in zijn eentje over een boek gebogen, terwijl zijn lippen geluidloos de woorden vormen. Maar de AVI-boekjes kunnen hem vaker niet dan wel boeien – niet gehinderd door enig AVI-bewustzijn grijpt hij naar prentenboeken en weetboeken over favoriete onderwerpen. Stegosaurussen en diplodocussen: ik weet niet wat de AVI-meetlat daarover zegt, maar ik weet wel dat de boeiende wereld van de oergiganten leesgrenzen verlegt voor Groot Ventje.
En dan denk ik aan wat Aidan Chambers me een tijdje geleden vertelde: dat je als lezer – en als mens – groeit door net dat tikje hoger te grijpen. Dat is precies het omgekeerde van wat AVI-aanduidingen doen. AVI-aanduidingen begrenzen, beknotten, houden de lezer veilig binnen de grenzen van het zeker bekende. En sinds de vernieuwde AVI-niveaus doen ze dat nu nog langer: tot en met een leesniveau dat, gemiddeld, wordt bereikt in het zesde leerjaar – terwijl alle lastige leestechnische hindernissen dan al láng genomen zijn. Wat is in godsnaam de zin van boeken voor negen-, tien-, elfjarigen die helemaal binnen een schema van leestechnische vereisten zijn geschreven? En wat is de zin van een voor die leeftijd AVI-vereiste van onnatuurlijk lange zinnen die resulteren in een gekunstelde stijl?
Daarom schaar ik mij achter de oproep van de werkgroep Jeugdboekenschrijvers van de Vereniging van Letterkundigen, die de recente AVI-ontwikkelingen en de bijbehorende beperkende en afschuwelijke gevolgen betreurt. Daarom knik ik overtuigd bij haar statement: ‘Als er één ding is dat lezen bevordert, is het leesplezier. En dat ervaar je vanwege de inhoud van een boek, vanwege de spanning, de humor, de originaliteit, de stijl, de sfeer, vanwege dat unieke, bijzonder verhaal.’ Daarom geef ik graag haar bedenking mee: ‘Laat dit even bezinken: wist u indertijd het AVI van Pluk van de Petteflet? Waarschijnlijk niet, en toch heeft u het gelezen. Voelde dat als een risico?’

Leren neen zeggen

Klein Ventje oefent woordjes. In bed, voor het slapengaan, na het wakker worden, tijdens zijn spel: er gaan weinig onbewaakte momenten voorbij of we horen hoe hij ze herhaalt, eindeloos. Woordjes, eerste zinnetjes - of zijn het statements? Een levenshouding? 'Nee mama', 'nee papa' en... 'Ja ikke': dat belooft.

23.1.08

Mooi mooier mooist (2)

Op 4 februari worden in deSingel de CultuurPrijzen Vlaanderen uitgereikt, goed voor een hoop erkenning en een smak geld. In elke categorie zijn er drie genomineerden, en voor de jeugdliteratuur zijn dat André Sollie met Een raadsel voor Roosje, Carll Cneut met Dulle Griet en Pieter Gaudesaboos met Hoe oma plots verdween. Alle drie zijn het fantastische illustratoren, alle drie hebben ze naast een groot talent ook een originele en krachtige eigen stem, alle drie hebben ze met het genomineerde werk een prachtboek gemaakt: wat ben ik blij met deze nominaties. En wat ben ik benieuwd naar wat de jury beslist. En wat vind ik het moeilijk om een stem uit te brengen voor de Publieksprijs.

Stil maar

'Tobie wou dat hij wakker kon worden uit deze nachtmerrie, bij zijn ouders in bed duiken en het op een huilen zetten... Hij wou dat ze hem in zijn pyjama zouden meenemen naar de keuken, waar nog licht brandde, en dat hij dan een beker lekker warm honingwater zou krijgen, met een paar koekjes erbij, en dat ze hem zouden troosten: "Stil maar, lieverd, het was maar een nare droom."'

(Timothée de Fombelle, Tobie Lolness. Op de vlucht)

Slapen is hier de laatste tijd een issue, niet meer, niet minder. Zelf vat ik moeilijk de slaap, Klein Ventje, een immer goede slaper, begint te experimenteren met het naar bed gaan, en Groot Ventje grijpt elke reden aan om er weer uit te komen, van 'de storm wordt alsmaar harder' tot 'ik heb een nare droom gehad' (twee volle minuten na het naar bed gaan), van 'ik heb zo'n reuzehonger' (niet te stillen met boterhammen, enkel met een lekker koekje) tot 'mijn neus heeft het zo koud' (in een lekker warme kamer, weggedoken onder een dekbed én een een fleecedeken). Vaak hoort er een iet of wat bedremmelde blik bij. Maar enkele avonden geleden was het écht zoals in het bovenstaande fragment. Snel de drijfnatte pyjama uitgetrokken, bezwete lijfje gedroogd, nieuwe pyjama aangetrokken, haren gedroogd, flesje warme melk gemaakt, lekker koekje gehaald, en met zijn tweetjes onder een warme plaid even op de bank gedoken, lekker dicht tegen elkaar aan: warmte en nabijheid, meer moet dat niet zijn. Even later kon Mijn Liefste Groot Ventje behoedzaam in zijn armen nemen en naar boven brengen, naar zijn eigen warme bed.

16.1.08

Klassieker in wording


Anderhalve millimeter is hij, en hij heeft mijn hart gestolen. Tobie Lolness. Pas dertien en op de vlucht voor een heel volk, zijn eigen volk. Nergens is hij nog veilig, overal, tot in de onderste takken van de boom, zitten ze hem op de hielen. En hij weet dat hij niet in hun handen mag vallen, want de straf zal vreselijk zijn. En dat allemaal omdat zijn vader, de grootste geleerde van zijn tijd, een opzienbarende ontdekking heeft gedaan over de boom waarin hun volk woont en dat geheim niet wil prijsgeven omdat het het voortbestaan van de boom in gevaar zou brengen.
Tobie Lolness. Op de vlucht is een onwaarschijnlijk mooi kinderboek. Het verhaal van Tobie - één, en dan nog een kleintje, tegen allen - is bloedstollend spannend, vol achtervolgingen die je hart sneller doen slaan, ongure types die je zelf niet zou willen tegenkomen, laat staan dat je Tobie in hun handen wilt zien vallen, nietsontziende speciaal daartoe gekweekte vechtmieren, geheimen van levensbelang, situaties vol uitzichtloosheid en wanhoop. Vol grote gevoelens ook - wraak, machtswellust, verraad, maar ook echte vriendschap en liefde. Een avonturenverhaal volgens de regels van de kunst, bovendien prachtig opgebouwd, waarbij je als lezer door het handige gebruik van tijdsprongen maar mondjesmaat te weten komt wat er aan de hand is. Timothée de Fombelle, die met Tobie Lolness debuteert (maar met zo'n naam natuurlijk móést gaan schrijven), toont meteen dat hij de regels van het vak, én de kunst, meer dan beheerst. Meesterlijk speelt hij de elementen van het genre uit, met veel gevoel voor actie - en met een naturel die je zelden tegenkomt.
Maar Tobie is meer dan een knap opgebouwd avonturenverhaal. Timothée de Fombelle (o-la-la, die naam) slaagt er tegelijkertijd in een hele wereld te scheppen. Een bijzondere, originele wereld, die hij tot in de kleinste details heeft weten uit te werken - op een bijzonder overtuigende manier. De eik als wereld: het is een fascinerend universum in miniformaat waarin alles, maar dan ook alles klopt. Fantasy? Ja, maar dan van de allerbovenste plank. Timothée de Fombelle (ik sluit mijn ogen en stel me hem voor als Philibert in Ensemble, c'est tout, inclusief débardeur en keurig kapsel) heeft een onvergetelijke wereld geschapen, veel origineler én veel authentieker dan het gros van de verzonnen werelden.
Maar Tobie is meer dan een duizelingwekkend goed fantasyverhaal. De eik waarin het boomvolk - Tobies volk - leeft alsof het de enige plek is waar leven is, vertoont erg veel trekjes van onze wereld. En heeft last van kwaaltjes en kwalen die verdacht veel op de problemen van onze aarde lijken. Het ruwsap dat Tobies vader ontdekt diep onder de schors en waarmee hij levenloze voorwerpen kan bewegen, maar dat hij niet wil prijsgeven aan de wereld omdat hij misbruik en uitputting vreest, de ongebreidelde machtswellust van Jo Mitch die alleen maar op winstbejag uit is, de angst en haat voor al wat anders is: de parallellen zijn voor een volwassen lezer duidelijk. En de boodschap is ook duidelijk, maar ligt er nooit te dik boven op.
En meer, Tobie Lolness is nog zoveel meer. Een boek vol gedachten die je zo in een doosje zou willen doen, bij gebrek daaraan staan er nu talloze potloodstreepjes in de marge. Een stilistisch pareltje ook, waarin alles zeldzaam zorgvuldig wordt uitgedrukt, met veel gevoel voor de poëzie van de taal - alweer zoveel streepjes in de marge. (En meteen ook een pluim voor de vertaalster, Eef Gratama, die van de Nederlandse vertaling óók een pareltje heet gemaakt.) En bovenal is het een portret van een hartveroverend schepseltje, gevoelig, teder, slim, sterk én kwetsbaar. Als we in de kinderliteratuur een nieuwe held nodig hebben, laat het dan Tobie zijn, held van één millimeter en een half!

13.1.08

Mooi mooier mooist

Stichting Lezen gaat op zoek naar 'Het Mooiste Kinderboek Aller Tijden'. 99 titels zijn er geselecteerd, en op www.hetmooistekinderboek.be kan iedereen een stem uitbrengen.
99 titels. Ik verwonder me over een aantal titels, maar bedenk dat smaken verschillen, ik wik, ik weeg, ik wik nog meer, ik weeg nog meer, ik ben streng en nog strenger en dan nog strenger. Ten slotte blijven er nog een twaalftal titels over, overeind. Hoe kies je in godsnaam tussen de dierenverhalen van Toon Tellegen en Winnie de Poeh? Tussen Klein verhaal over liefde van Marit Törnqvist en die andere prachtige vertelling over verlangen en liefde, Wachten op Matroos van André Sollie en Ingrid Godon? Tussen Edward Tulane, het onuitstaanbare porseleinen konijn van Kate DiCamillo dat maar mondjesmaat leert wat liefde is, en het onweerstaanbare duo wolf en schaap uit Schaap met laarsjes van Maritgen Matter? Tussen De schepping en Het boek van alle dingen? Onbegonnen werk, zonder enige twijfel.
Tot overmaat van ramp dwalen mijn gedachten af naar titels die ik niet tegenkom onder de 99 uitverkorenen. Waar is De Wissewaswinkel gebleven, het wonderbaarlijke kleinood van Frédéric Clément? Waarom heeft Gregie de Maeyers Fietsen geen plekje gekregen? De reizen van de slimme man van Imme Dros? Astrid Lindgrens klassieker De gebroeders Leeuwenhart? En als er jeugdboeken als Hasse Simonsdochter op mogen, waar blijft dan het bloedmooie Je moet dansen op mijn graf? En vooral: hoe kun je nu een lijst met de allermooiste kinderboeken opstellen en Kleine Sofie en Lange Wapper van Els Pelgrom en Thé Tjong Khing er niet opzetten?
Ik maak het mezelf alleen maar moeilijker, natuurlijk. Nu moet ik al kiezen uit achttien mooimooimooie boeken. Maar kiezen hoeft niet echt: het bovenste plankje is ruim genoeg voor achttien boeken. En nog een paar.

Kerstvakantie #20 >< Leesvakantie

Een echte leesvakantie is vakantie nooit meer sinds er een Groot en Klein Ventje rondlopen, maar nog eens kunnen doorlezen, het deed deugd.

Kerstvakantie #19 >< Ontbijt op bed

Kerstvakantie #18 >< Onvermijdelijk

Kerstvakantie #17 >< Verwend

... en pakjes!

Kerstvakantie #16 >< Lekker feest

Gelukkig horen er bij al dat gefeest ook allerlei lekkere hapjes...

Kerstvakantie #15 >< En nog...

Kerstvakantie #14 >< En nog meer feest

Kerstvakantie #12 >< Bananencake

Te rijpe bananen zijn niet lekker, maar het is ook zonde ze altijd te moeten weggooien. In de kerstvakantie had ik onze boodschappen duidelijk niet berekend op museumuitjes, familiebezoekjes, winter- en andere feestjes. De fruitmand was gevuld en bleef behoorlijk gevuld. De bananen vertoonden als eerste tekenen dat het niet goed ging. Ik dook in mijn kookboeken en googlede wat op banaanrecepten. Het werd uiteindelijk een bananencake, en die bleek zo lekker dat ik het voortaan niet meer jammer vind overrijpe bananen aan te treffen in de fruitmand.

Nodig:
2 à 3 rijpe bananen
1,5 dl witte wijn
1 dl citroensap
250 g zelfrijzende bloem
50 g vetstof
4 eieren
250 g suiker

Snijd de bananen in stukjes en doe ze in een kookpot.
Voeg de wite wijn en het citroensap toe en laat op een zacht vuurtje koken tot de banaan puree is geworden.
Klop ondertussen de eieren met de suiker op.
Smelt de boter en giet die bij het eiermengsel.
Voeg al roerend de bloem toe.
Voeg de bananenpuree toe en blijf roeren tot alles goed gemengd is.
Giet het deeg in een ingevette vorm en bak in een voorverwarmde oven op 180°.

Kerstvakantie #11 >< Snoephuis

Kerstvakantie #10 >< Tekenen

Kerstvakantie #9 >< Kerstboompjes van papier

Nodig: een kegel van piepschuim, lijm, schaar en verschillende soorten papier.

Kerstvakantie #8 >< En weer feest!

Groot Ventje, een zomerkind met altijd zomerse verjaardagsfeestjes in de tuin, wilde wel eens een winterfeestje. De bijbehorende sneeuw kon ik niet leveren, maar met deze ingrediënten wilde het ook wel lukken: zeven kleuterjongens en één peuter, een partijtje voetbal in de vrieskou, warme chocolademelk, spelletjes, chocomousse en chocolade kerstboompjes, cadeautjes, nog meer spelletjes, pannenkoeken en sapjes.

Kerstvakantie #7 >< Kerstboompjes van chocola


De idee was simpel en dus aanlokkelijk: vul potjes met chocomousse, zet daarop een in chocolade gedompeld ijshoorntje, versierd met Smarties, en je hebt kerstboompjes van chocolade. De uitwerking was minder simpel. Voorzie vooral véél gesmolten chocolade (ijshoorntjes zijn groot om onder te dompelen) en een vormensorteerplankje met staafjes om de hoorntjes op te laten rusten. Versier ze niet te snel met Smarties want dan zakken de snoepjes onder het gewicht van de chocolade naar beneden, maar wacht ook niet te lang, want dan plakken ze niet meer.

Kerstvakantie #6 >< Dino's kijken

Kleuterjongens hebben iets met dino's. 'Is het weer zo ver,' verzuchtte de kleuterjuf toen de eerste namaakdino's en dinoboeken meegenomen werden naar de klas. Ervaringsgericht onderwijs speelt in op wat de kinderen zelf aanbrengen, op wat de kinderen boeit. Brengen de kleuterjongens jaar na jaar na jaar dino's mee, dan doet de juf jaar na jaar na jaar iets met de uitgestorven reuzen - al is ze dan zelf allang geen kleuter van vier meer.
Ook thuis hebben de fascinerende beesten hun intrede gedaan, in de vorm van Playmobildino's, dinoboeken, dinopuzzels, dinobouwpakketten, dinotekenplannetjes. Groot Ventje lacht als ik een ervan een stegosaurus noem: 'Maar mama, dat is een triceratops, dat zie je toch aan zijn enorme nekkraag.' Hij vertelt honderduit over wat ze aten en hoe we dat eigenlijk kunnen weten, en over al hun verdedigings- en aanvalsattributen, stekels, nekkragen, hoorns, borstplaten, staartknotsen...
Waar konden we dan beter naartoe dan naar het Museum voor Natuurwetenschappen? De vernieuwde Galerij van de Dinosauriërs is het gedroomde uitje voor een kleuter van vier. Groot Ventje kijkt zijn ogen uit, terwijl ik snel mijn kennis opfris en geniet van de mooie museologische aanpak. Alleen het DinoCafé is geen aanrader - als we na ons museumbezoek snel een pastaatje willen eten is de rij wachtenden lang en blijkt de pasta, tot drie keer toe, nog ijskoud in het midden. Een cafetaria met één miezerig microgolfoventje is duidelijk niet voorzien op het kleuterdinosucces.

Kerstvakantie #5 >< Feestversiering maken

Nodig: niet meer dan de ouderwetse schaar, lijm en véél soorten papiertjes.
Resultaat: kerstbomen in alle kleuren.

Kerstvakantie #4 >< Feest

Kerstvakantie #3 >< En nog meer spelen

Kerstvakantie #2 >< En spelen

Kerstvakantie #1 >< Spelen



Kerstvakantie: lekker veel tijd om te spelen - iedereen geniet ervan.

Album

Ik blader door de recentste mapjes op de externe harde schijf - een fotoalbum van een fijne kerstvakantie.

3.1.08

Overdonderd



Nog maar net schreef ik dat in 2007 mijn oren niet openstonden voor nieuwe muzikale ontdekkingen, nog maar net is 2008 begonnen en ik stoot op Beirut. Liefde op het eerste gehoor. En het tweede. En het derde. Bitterzoet, weemoedig én energiek, doordrongen van tristesse én vrolijkheid, met Oost-Europese en Franse invloeden. Bloedmooi.

Een stokje, begot

Kruimel en de Door de Wol Geverfde wierpen me een stokje toe. Laat het voorbije jaar zich in drietjes vatten?

3 bands en/of artiesten die ik dit jaar heb leren kennen?

En toen viel er een stilte. Het is meteen duidelijk: 2007 was het niet het jaar waarin mijn oren erg openstonden voor nieuwe muzikale ontdekkingen.

De stem van Silvie Moors is natuurlijk geen recente ontdekking, haar vertolking van Tom Waits' Time staat in mijn geheugen gegrift. Maar wat ze doet met De Dagen trok mijn aandacht en deed me luisteren.

Een vriend noemde Amy Winehouse 'de nieuwe Ella Fitzgerald'. Ik was geprikkeld, luisterde, en was meteen gewonnen.

De naam Rufus Wainwright zal in deze context misschien voor wenkbrauwengefrons zorgen, maar ik ontdekte hem pas in 2007. En in zijn geval is laat véél beter dan nooit.

Maar eigenlijk was 2007 toch weer het jaar van mijn B's: Brel, Bach, Barbara, Bowie.


3 dingen die ik heb meegemaakt, gehoord,… en die me altijd zullen bijblijven?

2006 was het jaar van een groot afscheid. Met mijn grootvaders dood viel er een generatiegroot gat in onze familie. In 2007 besloot het leven ons meteen duidelijk te maken wat dat betekende. Mijn mama en papa kregen allebei af te rekenen met ernstige gezondheidsproblemen. Al liep het allemaal goed af, het besef heeft iets verontrustends: zij zijn nu de oudste generatie.

In de zomer van 2007 sloeg een onverklaarbare, allesoverheersende vermoeidheid me tegen de grond. Geen dipje, geen griepaankondiging, geen 'ik-heb-wat-veel-gewerkt-het-is-tijd-voor-vakantie'-oververmoeidheid, neen, een loodzware, verpletterende vermoeidheid die tussen mij en het leven leek te staan. De kleinste handeling werd een taak waartegen ik niet opgewassen was, in mijn hoofd leken de gordijntjes voortdurend dicht te vallen. De vreselijkste ziektebeelden teisterden mijn ongeruste hoofd, gelukkig bleek het een - ook voor de dokter - volslagen onverwacht neveneffect van een medicijn. Maar het besef is er: gezondheid is een kostbaar goed. En broos.

Maar ook: de vele ogenschijnlijk gewone momenten met onze Ventjes, momenten die ik koester om het wonder dat ze tonen: twee minimensjes die op hun heel eigen en mooie manier het leven ontdekken.


3 (vreselijke) blunders die ik sinds dit jaar op mijn naam heb staan?

De verjaardagswensen voor mijn schoonzus werden wel een week te vroeg uitgesproken met dan nog excuses voor de vertraging erbij (mentale post-it: B. verjaart een week na mijn liefste vriendin, niet een week ervoor), een dure plant stierf van de dorst en de tandarts heeft vruchteloos op me zitten wachten, maar ik heb dit jaar geen paaltje of hek geramd met mijn auto, ik heb geen sleutels op deuren of auto's laten steken, ik stuurde nante brieven of e-mails naar verkeerde personen, ik heb niet met een niet werkende betaalkaart aan een kassa gestaan. Het valt dus nog mee.


3 dingen die me héél stiekem ongelofelijk trots maakten?

Mijn Ventjes, natuurlijk, is het eerste wat door mijn hoofd schiet. Maar op hen ben ik niet stiekem trots. Neen, zij zijn een bron van ongegeneerde ongelofelijke fierheid. Eigen kind schoon kind: het zal wel, maar onze Ventjes zijn twee schatten van kinderen die het met al wat ze zijn verdienen dat we het mooiste en het beste in hen zien en ze dat op hun beurt laten zien. Maar dat ik, als ik naar ze kijk, twee gelukkige kinderen zie, dat maakt me wel een beetje stiekem trots.

En ach, ik beken: bij een interview waarbij het klikt en mijn vragen nog veel meer losweken dan ik had gehoopt te horen, bij leuke reacties op iets wat ik schreef, bij een lekker keukenexperiment word ik wel eens overvallen door een vlaag van deugddoende trots.


3 mensen die ik hiermee graag wil lastigvallen?

Een oude bekende, iemand die iets met drie heeft en een boekenmeisje.