30.7.07

Babyleeuw



Groot Ventje tekent een leeuw.
'Een babyleeuw,' voegt hij er haastig aan toe, wanneer hij perfectionistisch constateert dat de hals wat smalletjes is uitgevallen.

Redacteur

Groot Ventje leest het sprookje van de prinses op de erwt. 'Haar haar is vuil,' staat er. De formulering trekt zijn aandacht. 'Haar haar, daar hadden ze toch beter "het haar van het meisje" gezet, hoor.'

29.7.07

Natuurlijk

'Owkeeeejj!' klinkt het hier de laatste dagen regelmatig.
Waar hij dat vandaan heeft, vraag ik Groot Ventje.
'Van de poetsvrouw, natuurlijk.'
De nadrukkelijk uitgesproken 'natuurlijk' laat niets aan de verbeelding over: de vraag was dom, erg dom.
Ik doe alsof ik het nog niet begrijp: 'Hoe bedoel je?'
Groot Ventje: 'De poetsvrouw zegt owkeeejj en niet oké omdat ze Engels spreekt, natuurlijk.'

26.7.07

Is er een dokter in de zaal?

Groot Ventje is in de ban van het doktertje spelen. Keer op keer word ik onderzocht, gaat de stethoscoop over mijn borst, rug, buik, klinkt het hummend' hmm, dit lijkt allemaal wel in orde', worden mijn tanden en keel geïnspecteerd en valt uiteindelijk de diagnose.
Bij het zoveelste onderzoek fronst hij plots zijn wenkbrauwen. 'O o o er zitten geen botjes in je borst.' Het klinkt als een vreselijke kwaal, maar gelukkig weet hij er iets op: ik moet vitamine E nemen. 'Van het merk TEB want dat is een goed merk'. Vervolgens schrijft hij een voorschriftje, in kleuterhanenpoten: 'E - M E R K T E B', overhandigt me dat , en metamorfoseert in een apotheker, alwaar ik mijn vitamientjes meteen kan afhalen.

Nuchter (2)

Midden in zijn spel zegt Groot Ventje plots ernstig: 'Mama, hoe kon er nou iemand uit een buik komen als er nog geen mensen waren en dus ook nog geen buiken om uit te komen?'
Afschepen heeft meestal geen zin, dus begin ik aan een vereenvoudigde versie van de evolutietheorie, hoe soorten beetje bij beetje bij beetje veranderen. We praten over wat mensen anders maakt dan dieren en schateren bij de gedachte hoe het zou zijn als dieren zouden kunnen wat wij kunnen.
'Een tijger die telefoneert, stel je voor!'
'Een varken dat met een auto rijdt, dat is gek he mama!'
'Een hond die pannenkoeken bakt, dat kan toch niet!'
En, zonder overgang: 'Maar eigenlijk zijn wij dus ook een soort dieren, mama, we noemen ons alleen anders.'

Nuchter

Groot Ventje en ik lezen Als ik de wereld kon maken. De prenten van de nochtans vaak bejubelde Jiang Hong Chen (die ook De tijgerprins tekende) kunnen me niet echt bekoren, de klik met zijn stijl komt maar niet, hij is me denk ik te grof, te ruw, hij maakt ook te weinig los bij me. Maar het verhaal van Susie Morgenstern - met de toepasselijke originele titel Je ferai des miracles - is wel aardig. Het jongetje in dit boek weet, nadat het hem al duizend keer is gevraagd, plots wat hij later wil worden. Hij wil véél gaan doen: 'de zon elke morgen een zetje geven om hem een eindje op weg te helpen', zieke mensen beter maken met milkshake, al het kwaad uit de wereld helpen, bosbranden blussen, overstromingen tegenhouden, iedereen gelukkig maken. Hij concludeert: 'Dus als ik alles eens op een rijtje zet zou ik later wel God willen worden.'
Wat God is, wil Groot Ventje weten. En vervolgens waarom er over een God gepraat wordt als we niet eens weten of die er is. Ik begin aan een uitleg dat mensen soms dingen niet begrijpen en dat dan toch proberen, bijvoorbeeld: 'toen de dino's er waren, waren er nog geen mensen he.' Groot Ventje: 'Nee..'
'Dus toen de wereld begon, waren er geen mensen bij, dus kunnen we niet echt weten hoe dat gegaan is. Sommige mensen denken dat God de wereld gemaakt heeft.'
Meteen reageert Groot Ventje: 'Maar mama, wij weten toch dat dat door een grote knal is gekomen he.'

Echte ridders!

Kasteel van Gaasbeek, zaterdag 14 juli, Furiony.

Impressions from a birthday

6.7.07

Toveren

Opnieuw en opnieuw en opnieuw moet het uit de kast en doorbladerd worden: Nijntjes lievelingskleuren.
Opnieuw en opnieuw moeten de tabjes eruit getrokken worden.
Klein Ventje heeft duidelijk een nieuw lievelingsboek gevonden.
Dat het de bedoeling is om te raden welke kleur de ballon , het jurkje, het bloemetje van Nijntje heeft, is een bijkomstigheid.
Klein Ventje trekt gretig elk flapje uit de zijkant van de bladzijden.
Wat er dan gebeurt, lijkt wel toveren: het voorwerp krijgt een andere kleur!

5.7.07

Het kan verkeren

Deze week ging Groot Ventje op speelweek. Zelfde plek als de Ridderweek die hem zo was bevallen, zelfde monitrices, zelfde soort activiteiten, en een thema op maat van Groot Ventje gesneden: bouwen. Het kon niet stuk.
Een en al enthousiasme was hij maandagochtend. Een onweer gooide roet in het eten. Veel roet. Sinds hij op zeekamp werd opgeschrikt door een oorverdovend nachtelijk onweer vlak boven onze slaapplek, is onweer je reinste nachtmerriemateriaal.
Dinsdagochtend waren het dus tranen, die een hele ochtend duurden. Aan de namiddagactiviteit kon hij niet weerstaan. 'Ik wil hier nóóit meer naartoe!' klonk het 's avonds. Woensdagochtend opnieuw tranen, tot aan het tienuurtje. Verder een leuke dag, maar: 'Dat moet je niet meer doen, hoor, hier centen voor betalen.' Samen keken Groot Ventje en ik gisteravond naar de weersvoorspellingen op de site van het KMI. Wolken, regen, wind, maar géén onweer. Vanochtend werd er nog wat tegengeprutteld, maar kijk: geen tranen meer. De hele dag heeft hij leuk gespeeld, en toen ik hem vanavond ging halen, vooraf al opgelucht dat de speelweek voorbij was, morgen gaat hij naar oma en opa L., trok hij een beteuterd gezicht: 'Morgen is het over dakwerken, en nu kan ik niet komen.'

Beleefd, beleefder, beleefdst

'Dankuuu': het is een eerste woordje van formaat. Niet bal of koek of pak of bus, neen, 'dankuuu', telkens wanneer Klein Ventje iets krijgt (en geeft).
Een beleefd jongetje, dachten we.
Maar het kan altijd nog beleefder: sinds enkele dagen klinkt het mooi 'Dankuwé'.

Een vrouwelijke geschiedenis van de kunst



Met dank aan Ted, voor de tip.

Larger than life




Met dank aan Hersenspinsels, een meeslepende en knap gemaakte montage.

1.7.07

Surprise!

Groot Ventje was vanochtend wat al te enthouasiast over wat er op mijn verjaardag te gebeuren stond.
Mijn Liefste, in een poging hem niet alles te laten verklappen: 'Wij zeggen niks over verrassingen, hoor. En wij zijn nergens naartoe geweest.'
Ik: 'Ik zal maar snel naar beneden gaan, om het ontbijt klaar te maken.'
Groot Ventje: 'Wij zijn nergens naatoe geweest, hoor, maar er staan wel lekkere dingen op de tafel, en je moet eens kijken op jouw bord!'

The world is mine

36