Zondag was het feest.
Klein Ventje was overweldigd.
Zoveel mensen, zoveel drukte, zoveel cadeautjes, ballonnen, vlaggetjes, taart.
En zo'n lekker zonnetje.
Een heerlijke dag.
4.4.07
Feest!
30.3.07
Heerlijk licht
Een jongetje en zijn vriendinnetje vervelen zich. 'Gelukkig' vindt Ester een dode hommel. De kinderen besluiten het dier een heuse begrafenis te geven, met kruis en bloemen, en een gedicht, want dat hoort erbij. En Putte, het broertje van Ester, kan goed huilen, dat is ook meegenomen. Na die eerste begrafenis hebben ze de smaak te pakken en richten een Begrafenis BV op voor alle dode dieren. Met een begrafeniskoffer gaan ze op pad. Haringen uit de koelkast, muizen uit de muizenval, een egel, 'net een groot, plat, mislukt brood', en een platgereden haas: elke begrafenis wordt even serieus genomen. Als ze op het eind van de dag moe en tevreden naar huis gaan, vliegt er een vogel tegen het raam. Plots wordt de wereld van hun spel werkelijk, en die realiteit grijpt hen sterk aan. En de volgende dag? Toen 'hadden we het druk met iets heel anders'.
De mooiste begrafenis van de wereld van Ulf Nilsson en Eva Eriksson is een heerlijk licht en humoristisch prentenboek over dood en begraven. Tegelijk is het een schitterend verhaal over het spel van kinderen, over de kracht van hun fantasie, over hun naïeve relativisme. De titel klinkt niet bepaald opbeurend, het schutblad staat vol grafkruisjes, maar toch wordt dit boek nooit zwaar op de hand, integendeel. De toon is luchtig, en de mooie, eenvoudige tekeningen bevatten tal van humoristische details en knipoogjes. Mooi!
29.3.07
Scheldwoord
Wanneer Grote Ventjes naar school beginnen te gaan, sluipt een vreemd taalgebruik het huis binnen. Dingen zijn plots cool (desgewenst keicool) of stom, en als iets niet zint of als de argumenten op zijn, volgt wel eens een scheldwoord of een schrikbarend dreigement. 'Dan prik ik jou met mijn zwaard!' Of: 'Dan dan dan... dan speel ik nooit meer met jou!' En als dat geen indruk maakt: 'Dan speel ik nooit meer met Klein Ventje!'
We kijken van weinig nog op. Maar vanavond dus wel. Groot Ventje is met Mijn Liefste verwikkeld in een zoveelste discussie over wat wel en niet flink is voor een Groot Ventje en wat de gevolgen daarvan zijn. Als al zijn argumenten op zijn, hapt Groot Ventje even naar adem, kijkt Mijn Liefste aan en zegt: 'Jij, jij bent een communist!'
28.3.07
Contentement
Klein Ventje komt thuis met een kroon op zijn hoofd, enkele ballonnen en een pak dat haast groter is dan hijzelf, in blauw cadeaupapier. Hij lacht en brabbelt en wijst en scheurt het papier van het pak. Een mooie kiepwagen komt tevoorschijn.
Tante I., zijn onthaalmoeder, heeft Klein Ventje in de bloemetjes gezet. In zijn heen-en-weerschriftje lees ik wat een fijne dag het was, met feest en ballonnen en dansen en zingen en vanillepudding en appelcake en heerlijke momenten buiten in het zonnetje: 'Hij kraaide van plezier en sprong letterlijk omhoog van contentement.'
Ik glimlach. Ook mij overvalt een gevoel van contentement. Tante I. is een onthaalmoeder uit de duizend. Oprecht bekommerd, lief, warm, met een hart voor kinderen - Klein Ventje heeft het goed getroffen.
Klantenlokking
Als mama van een Groot en een Klein Ventje probeer ik de aanbiedingen van winkels als Hema en Blokker en Aldi in de gaten te houden. Zit er iets leuks tussen, dan is snel zijn vaak de boodschap, weet ik. Voor het houten Hema-keukentje heb ik destijds drie filialen gedaan voor ik er een vond. Voor zo'n mooi afgewerkt fornuisje, dat elders vier, vijf keer zoveel kost, had ik dat wel over.
Eergisteren zag ik in de folder van Aldi dat vanaf vandaag Cars-artikelen verkocht werden. Cars is een Disneyfilm met tal van pratende auto's en een grote hit bij Groot Ventje en zijn vriendjes. Een dekbedovertrek van Cars leek me wat te veel van het goede, maar misschien een zomerpyjama? En dus stond ik vanochtend om twintig voor tien, de winkel ging open om negen uur, in de Aldi. Er heerste een drukte van jewelste. Geen probleem, dacht ik, die komen allemaal voor die computer die in promotie is, een koopje. Ik keek nog eens. De drukte van jewelste was voornamelijk vrouwelijk. Ze was opgewonden, vastberaden, verbeten. Ze graaide in bakken waar geen grote dozen met computers in lagen, maar kleine spullen. Ellebogen versperden de weg, handen gristen en trokken, de inhoud van de bakken slonk zienderogen. Voor me stond een meute moeders en grootmoeders, er was geen doorkomen aan.
Twintig voor tien op de eerste ochtend van de aanbieding, en geen Cars-artikel meer te zien. Geen dekbedovertrek, geen pyjama, geen ondergoed, zelfs geen sok. Ook niet in een ander filiaal, een dik kwartier later.
Bedrieglijke klantenlokking heet zoiets, en ik was vastbesloten daar niet in te trappen. Ik maakte van mijn hart een steen, negeerde de andere aanlokkelijke aanbiedingen, ze zouden me niet hierheen gelokt hebben om me iets anders te laten kopen.
27.3.07
Eén
Eén jaar geleden lag hij dicht tegen mij aan geknuffeld nieuwsgierig rond te kijken, terwijl ik mijn neus begroef in zijn donkere haartjes, instantaan verslaafd aan de warme zoete geur van mijn nieuwe minimensje.
Vandaag worstelt hij zich los uit mijn armen, om meteen koers te zetten naar een verboden doch zo aanlokkelijke plek (de boekenkasten van mama, de video, de computer...), zet hij zijn knietje op al wat van veraf enigszins stabiel lijkt om zo hogerop te raken, brabbelt hij er de hele dag op los, en graait hij met een enthousiaste kreet naar zijn verjaardagscake, die hij vervolgens glunderend in zijn mondje propt.
26.3.07
Dom
Groot Ventje zeurt om een derde chocoladekoek.
Ik houd voet bij stuk, straks moet er warm gegeten worden, en met een buik vol koeken gaat dat nu eenmaal niet zo goed. 'Je weet toch dat je ook andere dingen moet eten dan koekjes?' Groot Ventje: 'Ja, groentjes en fruit en vlees en aardappelen. Ik weet dat, hoor, maar mijn buik weet dat niet. Die denkt dat hij alleen koekjes nodig heeft. Dom hé, van mijn buik?'
24.3.07
Onvergetelijk
Eind jaren vijftig. In een afgelegen en ingeslapen vissersplaatsje, waar het leven de gang gaat die het al eeuwen gaat, duikt plots een vreemde jongen op: Josja Pruis. Josja, die in het havenstadje bij een pleegmoeder terechtkomt, is anders, gedraagt zich anders, beweert dat hij een Siamese tweeling is - alleen kun je dat aan de buitenkant niet zien, hij heeft één lichaam, maar twee stel hersens, die van hem en die van zijn broer.
Het verhaal begint wanneer Josja weer verdwenen is. Homme, de enige die echt contact met hem heeft gemaakt, probeert, aan de hand van zijn eigen herinneringen en van Josja's aantekeningen in het Rode Marmerboek, en met de hulp van vriendinnetje Ada, te reconstrueren wat er gebeurd is. Zo ontstaat stilaan het beeld van een ontmoeting die een onuitwisbare indruk op ze heeft gemaakt. Wat er is gebeurd, zullen ze nooit vergeten, Josja, die meer raadsels en vragen opriep dan hij er beantwoordde, al evenmin. Het verhaal, dat uit hun herinneringen wordt geweven, is er een van een een bijzondere vriendschap, maar ook van een diepe eenzaamheid, een schets van ongewone jongen, een inkijkje in een ongewone geest, een kreet die lang blijft nazinderen . Het is gedrenkt in geheimzinnigheid en mysterie, die niet helemaal verdwijnen wanneer de puzzelstukken langzaam in elkaar vallen. De climax van het verhaal snijdt je werkelijk de adem af.
Een onvergetelijk personage, een onvergetelijk verhaal - niet alleen door het personage, het verhaal, maar ook door hoe Harm de Jonge het vertelt, sober, direct, maar met woorden die even dwingend zijn als de blik van Josja Pruis, er is geen ontkomen aan, en prachtig gecomponeerd, geen detail staat er zomaar, alle stukjes passen wonderwel in elkaar.
Een boek in de beste traditie - die van De tolbrug en Jan mijn vriend. Het laat me niet los.
22.3.07
Begin
Groot Ventje en het begin van taal, dat is een vreemd verhaal. Brabbelen deed hij niet, en de woordjes die eruit kwamen, waren ook echt perfecte woordjes, klok was klok en gras was gras, en voor we het wisten werden ze aaneengeregen tot zinnetjes.
Klein Ventje brabbeblt al maanden dat het een lieve lust is, en trakteert ons nu op ware babywoordjes. Da (daar/dat). Kijk. Pak. Het hoeft niet per se perfect, mama en papa reageren op de gewenste manier en dat is toch wat telt?
20.3.07
Coup de foudre
Coup de foudre: L'Eléphant et la Souris, een kartonboekje van Francesco Pittau en Bernadette Gervais. Een warm liefdesverhaal, verrassend uitgewerkt, origineel getekend, kortom, de bekende Pittau & Gervais-kwaliteit.
Blokkenstad
Plaats van het gebeuren: kunstenhuis Pantalone, verborgen achter een statige gevel op een verrassend rustig plein in het hartje van Brussel. Vijfentwintigduizend blokken, in hout en kleurige kunststof, klein en groot: Groot Ventje keek zijn ogen uit, zocht een plekje tussen de bouwwerken die andere bezoekers hadden achtergelaten in deze kleurrijke en immer veranderende blokkenstad en ging aan de slag. Ondertussen leefden ook de grijpgrage handjes van Klein Ventje zich uit.
Het was niet onze eerste kennismaking met de producties van Pantalone (Klein Verhaal over Liefde koester ik voorgoed, met dank aan Filip en Katrien), wel met het kunstenhuis. Een plek waar we nog vaak hopen te komen.
4.3.07
Vergeten uiltje
Het is lente en dan vallen de kinderboekenprijzen als bloesems van de bomen.Soms vallen ze niet helemaal onverwacht, zijn ze voorafgegaan door longlists, shortlists, nominaties.
Heel soms lijkt het alsof een boek ontsnapt is aan de blik van het collectief der prijsuitreikers.
Uil plus Leeuwerik van Ianka Fleerackers en Sebastiaan Van Doninck is zo'n boek. Op geen longlist te bespeuren, maar zo mooi.
Uil en Leeuwerik willen graag vrienden zijn. Dat is knap lastig als de ene een dagvogel en de andere een nachtdier is. Als Leeuwerik 's ochtends begint te zingen, valt Uil in slaap. En als Uil 's nachts de schaduwen van de dieren en de dingen ziet, slaapt Leeuwerik. Eén keer slagen ze erin samen wakker te blijven, en zo wordt de kiem gelegd van een haast onmogelijke vriendschap. Ze besluiten om elkaar voortaan briefjes te schrijven. Leeuwerik schrijft over de liederen die hij die dag heeft gezongen, Uil over de schaduwen die hij heeft gezien. Het gaat goed tot Leeuwerik op een dag een veel te kort briefje schrijft...
Kinderboekdebuten van Bekende Vlamingen (c.q. Nederlanders, Amerikanen, Engelsen...), mijn wenkbrauwen gaan er vaak van fronsen. De Madonna's van deze wereld zouden het gezegde van de schoenmaker en zijn leest beter ter harte nemen. Bij Ianka Fleerackers blijkt wenkbrauwengefrons overbodig. Wat een ijzersterk debuut! Ze wikt en weegt haar woorden, en schrijft op een sobere, poëtische manier een ontroerend verhaal, en durft daarbij het voor de hand liggende happy end uit de weg te gaan. De illustraties van Sebastiaan Van Doninck, toepasselijk in lichte gele en donkere nachtblauwe tinten, zijn ronduit schitterend. Zijn beelden staan er even sterk als de woorden van Ianka Fleerackers, schijnbaar eenvoudig, maar zinderend van de emotie. Neem daarbij de prachtige vormgeving, het bijzondere lettertype, het spel tussen tekst en kleine en grote illustraties, en het moge duidelijk zijn: Uil plus Leeuwerik is een prachtig kleinood, een debuut dat doet verlangen naar meer, veel meer.
Gzcht: hs
De zoektocht naar een huis is in deze dure woontijden niet makkelijk.
De afgelopen week was er een met veel frustratie, ontmoediging, gezucht, urenlange gesprekken, afwegingen, berekeningen, wanhoop haast.
We zoeken verder.
21.2.07
Gelezen
De boeken waarover op dit blog zoal te lezen viel:
Berner, Rotraut Susanne: Hé nee & wel ja
Berner, Rotraut Susanne en Dohmen, Jacques (samensteller): Sneeuw op de vensterbank
Bouwhuis, Marijke en Smits, Heidi: Kip Kat Koe
Briggs, Raymond: De sneeuwman
Claudel, Philippe: Grijze zielen
Crowther, Kitty: Mini gaat naar de film
Dematons, Charlotte: De gele ballon
DiCamillo, Kate: De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane
Dros, Imme: Een heel lief konijn
Dumon Tak, Bibi: Bibi's bijzondere beestenboek
Erlbruch, Wolf: 's Nachts
Fanelli, Sara: Knoop
Fanelli, Sara: Wolf
Fleerackers, Ianka en Van Doninck, Sebastiaan: Uil plus Leeuwerik
Fletcher, Alan: The art of looking sideways
Gaudesaboos, Pieter: Negen schijfjes banaan
Gaudesaboos, Pieter: Stad
Godon, Ingrid: Bo's grote verassing
Got, Yves: De aaibeesten van Dotje
Green, John: Het Grote Misschien
Höglund, Anna: Nachtreis
Hong, C.J. en Jianghong, C., De tijgerprins
Huiberts, Marjet en Posthuma, Sieb: Feodoor heeft zeven zussen
Kuiper, Nannie: Koe abc
Land, Fiona: Baby's eerste speel- en voelboek
Leeuwen, Joke van: Heb je mijn zusje gezien?
Leeuwen, Joke van: Sus en Jum
Lieshout, Ted van en Posthuma, Sieb: Van Ansjovis tot Zwijntje
Maeyer, Gregie de: Juul
Moeyaert, Bart: Broere
Neouanic, Lionel Le: Kloddertje
Remmerts de Vries, Daan: Lieve muis
Remmerts de Vries, Daan en Lieshout, Ted van: Mijn tuin, mijn tuin
Safran Foer, Jonathan: Extremely Loud & Incredibly Close
Schmidt, Annie M.G.: Het beertje Pippeloentje
Tellegen, Toon en Törnqvist, Marit: Pikkuhenki
Vendel, Edward van de: Ons derde lichaam
Waugh, Evelyn, Brideshead Revisited
Bijzonder boek

Maar helemaal uit mijn gedachten was het toch niet, en toen Mijn Liefste en ik een tijd geleden weer een Amazon-bestelling wilden plaatsen, zocht ik het weer op. Op Amazon.co.uk was het boek in voorraad, op Amazon.com niet, dus bestelden we in Engeland. Na enkele weken kwam het bericht één boek pas enkele weken later beschikbaar zou zijn, en dat de rest alvast verzonden zou worden. De rest van de bestelling is ondertussen aangekomen, een mooi voorraadje Virginia Woolf, een Jeanette Winterson en een Jonathan Safran Four, maar over het ontbrekende boek kwam nu de mail: dat het nog wat langer zal duren voor het geleverd wordt. (Op Amazon.com staat het boek nu voorradig, weliswaar in slechts één exemplaar nog.)
Het moet een bijzonder boek zijn, dat het zo op zich laat wachten en zo naar zich laat verlangen. Ook zonder het al in handen te hebben gehad, twijfel ik daar eigenlijk niet aan. Ik heb al zoveel lof gehoord over Sara Fanelli's Pinocchio dat ik het wel zeker weet. Maar net daarom wil ik het boek zo onderhand wel eens zelf in handen hebben.
Groot Klein Ventje
Dat eerste jaar springen de grofmotorische mijlpalen in het oog. Leren rollen, leren zitten, leren kruipen, leren stappen, het is ook heel wat voor zo'n minimensje dat eerst alleen maar een beetje kan liggen rondkijken.
Maar ook daarbinnen in dat hoofdje gebeurt vanalles, en nu stilaan de eerste verjaardag van Klein Ventje nadert, wordt dat met de dag duidelijker.
Dat hij een sterk eigen willetje heeft, hadden we al langer in de gaten. Dat nieuwsgierigheid zowat zijn tweede naam is, was ons ook al snel duidelijk. Moe of niet, op elke prikkel moet worden gereageerd, de wereld moet het liefst vandaag nog worden verkend. Nu reageert hij steeds meer op wat we zeggen. Als we vragen waar die boekjes toch weer liggen, kijkt hij zoekend rond, en kruipt er dan naartoe, als we vragen of hij een blokje aan mama wil geven, steekt hij het lachend omhoog en legt het in mijn hand, en als we ons hardop afvragen waar de vormpjes horen van de grote knoppenpuzzel, probeert hij ze in de openingen te duwen.
Klein Ventje wordt groot.
20.2.07
In de beperking
Sus en Jum van Joke van Leeuwen daarentegen is een feest om te lezen met Groot Ventje. Kleine Jum kan al lezen. Grote Sus niet: 'ik lees niet. ik kijk. dat gaat ook.' Ze ontmoeten een koe die bie zegt (dus is het geen koe maar een kie), ze doen een dut, Sus wordt ziek en wil lol, dus geven ze een fuif.
Met een minimum aan woorden en dan nog de allereenvoudigste woorden zet Joke van Leeuwen een vrolijk verhaal neer, vol grappige details. Die zitten ook in de tekeningen, die de tekst perfect aanvullen. Maar het bijzonderste vind ik nog dat de humor ook in de taal zelf zit, hoe eenvoudig die ook is. Over een cadeautje, dat viel voor het gegeven werd:
een vaas.
was het een vaas?
ja. het was een vaas.
maar nu niet meer.'
19.2.07
Kleinoodjes

'For every traveller who has any taste of his own, the only useful guidebook will be the one which he himself has written.'
(Aldous Huxley)
Ik heb iets met boekjes, schriftjes, notitieboekjes, agenda's. Niet de gewone, dertien-in-een-dozijn, uit de supermarkt of de winkel om de hoek. Nee, de mooie. De notitieboekjes waarvan alleen al het omslag me in vervoering brengt, de schriftjes waarvan het papier haast te mooi is om te beschrijven, de hebbedingetjes die zo lekker in de hand liggen. De Smythsons, de Moleskines, de Spaldings, de talloze merk- en naamloze kleinoodjes uit winkeltjes in Bologna, Firenze, Parijs.
Vorige week leverde een koerier een doosje met daarin twee identieke pakjes. Cadeautje van Mijn Liefste. Twee zwarte Moleskine-boekjes, maar geen gewone, lege, nee, twee City Notebooks. Een City Notebook Amsterdam en een City Notebook Parijs. Met zwartleren kaftje, zwart elastiekje, plattegrondjes, stickertjes, uitscheurbare briefjes, veel crèmekleurige blaadjes om vol te schrijven, en maar liefst drie leeslintjes, een zwart, een donkergrijs en een lichtgrijs. Om opnieuw en opnieuw mee te nemen, ideale carnets de voyage.
Kleine koestercadeautjes. Koestercadeautjes vol belofte ook. Parijs of Amsterdam, wat wordt het?
Graag
Tijdens de voorstelling zitten de kleinste toeschouwertjes op kussens vooraan in de zaal, de ouders mogen achter hen op de banken van een tribune.
Halverwege de voorstelling draait Groot Ventje zich om, roept 'Mama! Mama!', draait zich weer om en kijkt verder.
Als ik hem later vraag waarom hij dat riep, zegt hij: 'Omdat ik je wilde zeggen dat ik je graag zie.'
Liefde laat zich niet vangen in stilteregels en theatergebruiken.
18.2.07
Veel met weinig
Beer woont in een kist op zolder, samen met de pop Noortje en ander vergeten speelgoed en huisraad. Soms komt er een wasvrouw langs die eigenlijk liever speelt en verhalen bedenkt over Noor en Beer. In een van haar verhalen stuurt de wasvrouw de kleine knuffelbeer helemaal alleen op reis. Noortje is immers geroofd en beer moet haar redden. Beer trotseert de gevaren op Onland en schrikt niet terug voor de zwaar bewaakte burcht van Barreboos. Soms is hij een echte held, tot zijn eigen verbazing…
Het verhaal wordt niet gespeeld door acteurs, maar door voorwerpen die door de enige mens op het podium, Marije van der Sande, tot 'leven' worden gewekt. En dat doet ze op een erg knappe, creatieve en humoristische manier. In haar handen wordt een laken een berg, een bruidsjurk de zee, een hoed een boot, een parapluskelet een spin, en een paraplu, een drietand en een bril volstaan om heer Barreboos op te roepen, de slechtheid zelve. Veel is er niet nodig om in een andere wereld te belanden: wat rommelvoorwerpen op zolder, en een levendige verbeelding. Wat Van der Sande met Beer doet, is helemaal mooi. Met alleen maar haar stem en haar handen maakt ze van hem een levensecht figuurtje, held zonder het zelf te beseffen, zo verrast door zijn kunnen dat hij het doel van zijn tocht, Noortje redden, er soms zelfs bij vergeet.
Een erg mooie voorstelling!
15.2.07
Samen en alleen
'Ineens wist hij weer dat samen wel bij elkaar kon zijn, maar bij elkaar betekende niet dat je één was. Om iedereen zat vel. Om iedereen zaten veren of pels. Dichterbij dan vel op vel kon niemand komen.'
(Bart Moeyaert)
Jaren geleden viel er, bij wijze van nieuwjaarsgroet, een verhaal in mijn bus van Bart Moeyaert. Een eindejaarsvertelling, met in de hoofdrol een gans en zijn broer. Een heerlijk verhaal, dat zin deed krijgen in meer. Meer gans, meer broer. Die kwamen er ook, bij de volgende jaarwisselingen, en later in Standaard Magazine. Nu heeft Luxemburg er een stuk voor kinderen van gemaakt. Mijn Liefste en ik zagen het afgelopen zondag in HETPALEIS.
In de voorstelling wonen de broers niet op een boerderij , maar zijn ze aan de slag in een atelier. De oudste broer is hard en geconcentreerd aan het werk, de jongste probeert voortdurend zijn aandacht te trekken - een bij wijlen erg humoristische en energieke rol die Jo Jochems op het lijf geschreven lijkt. Vermoeiend voor een grote broer die snakt naar ruimte voor zichzelf.
Met zijn verhalen over de gans en zijn broer probeert de jongste broer dichterbij te komen. Tevergeefs - tot hij het antwoord vindt in een van de verhalen zelf. Want als het stil is, kan hij alleen zijn eigen hart horen. En niet dat van zijn broer. Dan ontdekt hij dat zijn grote broer een geheime droom heeft…
Een prachtige, sobere voorstelling over fundamentele eenzaamheid, over samen en alleen, over dichterbij willen komen maar niet kunnen, over opgesloten zitten in je eigen vel, over jezelf (niet) durven zijn. De acteurs (broers!) gebruiken fragmenten uit de erg poëtische teksten van Bart Moeyaert op de sleutelmomenten in het stuk, maar wijken er ook ver genoeg van af om er een eigen invulling aan te geven en zo voor meerwaarde te zorgen. Een beklijvende voorstelling.
Uil
Ze zijn sinds maandag bekend: de vijf kinder- en jeugdboeken die kans maken op de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs: Charlie Wallace van Stan van Elderen, Een kleine kans van Marjolijn Hof, Lola en de leasekat van Ceseli Josephus Jitta, Josja Pruis van Harm de Jonge en Van Ansjovis tot Zwijntje van Ted van Lieshout en Sieb Posthuma. Ik mis enkele boeken die mij het afgelopen jaar erg bekoord hebben, maar ik moet toegeven dat ik niet helemaal kan inschatten of dat gevoel terecht is: ik heb niet alle genomineerden gelezen. Dat moet ik dringend doen, dus.
9.2.07
Lekker (ge)dicht
Groot Ventje heeft op school een slaapliedje geleerd. Als hij het voor me zingt, lach ik. Ik herken het meteen, het is van Willem Wilmink, de man die nog wel wat langer had mogen doorgaan met kinderpoëzie schrijven. Groot Ventje merkt dat ik het leuk vind, en zingt het nog eens en nog eens.
Slaapliedje
Het schaap heeft slaap,
de koe is moe,
het varken doet
zijn oogjes toe.
Het paard kijkt over
't prikkeldraad
en denkt: 'Het is
ontzettend laat.'
De kip zegt zacht
nog één keer: 'Tok.'
En ach, dan slaapt ze
op haar stok.
De boer kruipt ook
het bed maar in,
lekker dicht
bij zijn boerin.
(Willem Wilmink)
Slaap lekker, iedereen.
Antwoorden
Ik hoor van andere kleutermama's dat leeftijdgenootjes van Groot Ventje volop in de befaamde waarom-fase zitten. Niets daarvan bij Groot Ventje.
Zou het zijn omdat hij op elke vraag die wij stellen, meteen een antwoord klaar heeft? Heeft hij ook van die antwoorden voor alle waarommetjes in zijn hoofd?
7.2.07
Wat blijft
Italiaanse archeologen hebben in de buurt van Mantua een opmerkelijke vondst gedaan: de overblijfselen van een koppel, wellicht meer dan vijfduizend jaar oud, de gezichten naar elkaar gekeerd, de lichamen verstrengeld in een omhelzing. Er zijn slechtere manieren om de eeuwigheid in te gaan.
Even denk ik aan Catherine en Heathcliff (I lingered round them, under that benign sky; watched the moths fluttering among the heath and hare-bells; listened to the soft wind breathing through the grass; and wondered how anyone could ever imagine unquiet slumbers, for the sleepers in that quiet earth), maar het is een andere slotregel, uit een gedicht van Philip Larkin, die zich aan mijn denken opdringt: What will survive of us is love.
De rest van het gedicht, An Arundel Tomb, klinkt toch al een tikkeltje anders:
Side by side, their faces blurred,
The earl and countess lie in stone,
Their proper habits vaguely shown
As jointed armour, stiffened pleat,
And that faint hint of the absurd -
The little dogs under their feet.
Such plainness of the pre-baroque
Hardly involves the eye, until
It meets his left-hand gauntlet, still
Clasped empty in the other; and
One sees, with a sharp tender shock,
His hand withdrawn, holding her hand.
They would not think to lie so long.
Such faithfulness in effigy
Was just a detail friends would see:
A sculptor's sweet commissioned grace
Thrown off in helping to prolong
The Latin names around the base.
They would not guess how early in
Their supine stationary voyage
The air would change to soundless damage,
Turn the old tenantry away;
How soon succeeding eyes begin
To look, not read. Rigidly, they
Persisted, linked, through lengths and breadths
Of time. Snow fell, undated. Light
Each summer thronged the glass. A bright
Litter of birdcalls strewed the same
Bone-riddled ground. And up the paths
The endless altered people came,
Washing at their identity.
Now, helpless in the hollow of
An unarmorial age, a trough
Of smoke in slow suspended skeins
Above their scrap of history,
Only an attitude remains:
Time has transfigured them into
Untruth. The stone fidelity
They hardly meant has come to be
Their final blazon, and to prove
Our almost-instinct almost true:
What will survive of us is love.




